Posts tonen met het label brieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brieven. Alle posts tonen
zondag 8 januari 2017
Open brief aan de BUN-voorzitter. Bijdrage van het Nederlandse boeddhisme aan de discussie over populisme en de islam.
Het is m'n overtuiging dat de Nederlandse boeddhisten een kleine en - gezien hun aantal - bescheiden maar toch wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan actuele discussie over populisme en de (angst voor de) islam.
Een bijdrage van de voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) lijkt me wenselijk.
Om dat te stimuleren, heb ik een Open brief aan hem gestuurd.
Hieronder de inhoud ervan:
-------------------------------------------------------------------------------------------------
Aan de voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland,
Dhr. Michael Ritman
Beste Michael
Het zal niemand, ook de naar binnen gerichte boeddhist niet, ontgaan zijn dat er de laatste een nogal grimmige discussieklimaat heerst t.a.v. populisme en de islam in Nederland. Deels als aanloop naar de Kamerverkiezingen van 15 maart, maar daarna zeker niet verdwenen.
Vanuit christelijke kerken is daarop ingegaan op bv de website NieuwWij.
Naar mijn mening is het mogelijk en wenselijk daarover vanuit boeddhistisch perspectief iets te zeggen zoals de Dalai Lama en Thich Nhat Hanh hebben gedaan. Maar ook specifiek gericht op de Nederlandse situatie moet en kan dat, en niet alleen door leraren van individuele sangha's.
Ik ken de situatie bij de BUN, en ken de geneigdheid te zeggen dat u niet bevoegd bent een inhoudelijke uitspraak namens het boeddhisme te doen
Maar daar gaat het nu niet om; het gaat nu om moreel leiderschap.
Ten behoeve van mogelijk gewenst intern overleg stuur ik ook een afschrift van deze brief aan Matthijs Schouten, voorzitter van de DAR. Die is immers ingesteld u te adviseren over inhoudelijke onderwerpen.
Omdat ik me het afgelopen jaar nogal in dit thema heb verdiept (zie bv mijn blogs van 1 juli en van 3 juli 2015) neem ik de vrijheid enkele suggesties te doen over toon en inhoud van zo'n mogelijke verklaring van u. Zie hieronder.
Dat ik deze brief openbaar stuur volgt uit mijn gevoel van urgentie t.a.v. deze thema's.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
Suggesties voor een tekst over populisme en de islamdiscussie (in Nederland) vanuit boeddhistisch perspectief
Het zijn geen vriendelijke tijden, daarom zal een vriendelijke tekst over verbinden, liefdevolheid in directe contacten met moslims en interreligieuze samenwerking niet kunnen volstaan.
Het boeddhisme kan een bijdrage aan de discussies leveren gezien
* ervaring met in meditatie reflecteren op angsten en boosheid
* onbevangenheid t.a.v. ideologische zaken, de attitude van 'niet weten'
* ervaringen in de Aziatische wortels over de relatie met de islam, ruim 1300 jaar lang.
Om met het laatste te beginnen, die relaties zijn niet altijd harmonisch geweest, nu niet en in het verleden niet. Ze zijn ook zeer verschillend omdat boeddhistische en islam scholen en de regionale cultuur van Tibet tot Indonesie zeer verschillend zijn.
Alleen al deze geografie maakt duidelijk dat
- de islam een veroveringsreligie is geweest, net als trouwens daarvoor
- het boeddhisme (via handel, via reizende monniken of omdat een 'koning'
de voordelen - voor hem - van het boeddhist worden van z'n onderdanen
zag en ze daartoe verplichtte)
- en daarna het christendom (via het kolonialisme)
dat waren.
Geen van allen dus echt zonder geweld.
Uitgebreid schrijft Berzin(1) hierover
Beslissend van deze geschiedenis voor het hier en het nu zijn de vragen:
* Kunnen beoefenaren van deze en andere religies elkaar in elkaars nabijheid verdragen?
* Is er voldoende scheiding van kerk en staat?
* Kan voorkomen worden dat naar macht strevende personen de beoefenaren tegen elkaar opzetten?
* Vooral relevant voor het Westen anno nu: Konden in de loop der eeuwen in Azie moslims het accepteren als de islam in een land of regio niet de meerderheidsreligie wad geworden? Onze indruk (maar meer ook niet) is dat de islam weliswaar een veroveringsreligie was maar alleen als er veroveraars waren; generaals e.d. dus.
En die waren er maar sporadisch, en kwamen van buitenaf.
En dus NIET de vraag of deze religies en hun teksten overeenkomst vertonen. De beantwoording daarvan kan in kleine kring goede gesprekken opleveren maar leiden o.i. op macroschaal tot niets. Zeker niet tot vermindering van populisme en islamofobie in Nederland. En daar gaat het toch om.
Over die overeenkomst wordt trouwens verschillend gedacht, ook vanuit moslim-kant. Vanuit het boeddhisme zegt de Dalai Lama in het Westen van wel, maar de begin januari in India door hem gecelebreerde Kalachakra heeft een andere intentie; zie Berzin(2).
We zien even weinig overeenkomst met de islam als met het christendom; maar vinden ook niet dat dat hoeft.
De discussie van en tussen moslims en christenen of Bijbel en Koran sterk overeenkomen, hoeven we t.a.v. het boeddhisme niet te voeren
Ten aanzien van het thema populisme. Het is niet uit te sluiten dat Nederlandse boeddhisten op 15 maart de PVV of vergelijkbare partijen stemmen.
Wij veroordelen dat niet, al zij we ervan overtuigd dat de door hen gesuggereerde oplossingen niet heilzaam zijn.
Maar sociaal-economische onzekerheid, zorg over tekorten in de zorg en werkonzekerheid en afkeer van verloedering van de omgeving raakt ook de boeddhist.
Ook als die niet met boosheid op reageert.
'Patriottisme' zal alleen een begrip zijn dat de boeddhist niet aanspreekt. 'Globalisme' trouwens ook niet; althans niet in de zin van ekonomisch globalisme.
Spiritueel globalisme wel, maar daar hebben politici het niet over (misschien maar goed ook, het wordt anders maar ideologie van gemaakt of er vallen afgekloven termen als 'verbinden').
Heeft het Nederlandse boeddhisme een standpunt ten aanzien van het actuele vluchtelingenvraagstuk?
Niet expliciet, vermoedelijk is de spreiding van opvattingen net zo breed als bij alle Nederlanders.
Er is wel een gegeven die een positieve opvatting over het opnemen van vluchtelingen veroorzaakt, en dat is ons medeleven met het Tibetaanse vraagstuk. Na de bezetting van Tibet door China is een groot aantal Tibetanen waaronder de Dalai Lama naar India gevlucht. India, een overwegend hindoeistisch en nauwelijks meer boeddhistisch land. We zijn India dankbaar dat ze de Tibetanen in zo grote aantallen hebben willen opnemen, ook al zet dat hun relatie met China onder druk.
In de hoop dat hiermee bruikbare bouwstenen zijn geleverd voor een publieke tekst van uw hand,
met vriendelijke groet
Joop Romeijn
Vrijzinnig Theravada-boeddhist
joopromeijn.blogspot.nl
-------------------------------------------------------------------------------------------------
Bronnen
Berzin (1):
http://studybuddhism.com/en/advanced-studies/vajrayana/kalachakra-advanced/the-kalachakra-prophesies-of-a-future-invasion
Berzin (2)
http://studybuddhism.com/en/advanced-studies/history-culture/buddhism-islam/is-there-a-common-ground-between-buddhism-and-islam
http://www.nieuwwij.nl/opinie/rene-reuver-koran-en-bijbel-lijken-op-ethisch-vlak-op-elkaar/
http://www.nieuwwij.nl/opinie/geen-moslimliefde-zonder-islamkritiek/
http://www.nieuwwij.nl/opinie/manifest-christendom-zonder-moslimhaat/
dinsdag 8 september 2015
De BOS lost op. Een feestje 12 dec. Weten ze nu dat het voorbij is? Of kunnen vrijwilligers met podcasts en website iets van het verworvene continueren?
Op 10 oktober nu vijf jaar geleden hield ik een rede ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de BOS: 'Welkom op de Titanic ' . Hilarisch, al zeg ik het zelf.
Die begon aldus: "De BOS bestaat 10 jaar.
Waarom bestaat de BOS? Hoe is het met de Dharma? Bestaat de BOS over 10 jaar nog?
Dat zijn de vragen waarover ik het wil hebben. Een soort feestrede dus.
Stel u voor: wij zitten hier met de jarige BOS in een theater dat zich eigenlijk op de Titanic bevindt. U weet wel, het schip dat door de eigenaren het beste schip aller tijden werd genoemd en onzinkbaar werd geacht.
En u weet ongetwijfeld ook wat er mee gebeurde, honderd jaar geleden: het botste op een ijsberg en zonk.
Op die Titanic bevinden we ons nu; ik probeer me, met u, dat te visualiseren.
We varen niet ergens heen, dat lijkt maar zo; we drijven in feite maar wat met de stroom mee.
Maar er ligt wel een ijsberg op onze route
Laat ik die zee maar een naam geven, ik noem hem Dharma
Laat ik die ijsberg ook maar een naam geven, ik noem hem de Mediawet. "
We weten hoe het afloopt: de BOS bestaat over vijf jaar niet meer. En met de Dharma gaat het ook niet zo goed in Nederland; het aantal mensen dat zich boeddhist noemt of 'affiniteit heeft met het boeddhisme ' (kent u die uitdrukking nog, de fameuze 900.000 van Gertjan ?) neemt hard af.
Maar waarom heb ik de gebeurtenissen eigenlijk beschreven vanuit het perspectief van de Titanic, de BOS dus? Het is minstens zo boeiend de botsing met de Titanic te beschrijven vanuit het perspectief van de ijsberg.
Zo'n ijsberg drijft vrij stuurloos, beïnvloed door waterstromen (geld) en wind (politiek) en wordt langzaam kleiner. Dan komt er een brok hol ijzer in zijn ('ijsberg' is mannelijk) vaarwater die hem beschadigt, namelijk een paar brokken afhakt. Jammer, maar kleiner werd hij toch; en hij drijft verder, brokstukken en kleine bootjes achterlatend. Meer is er niet van te vertellen.
====================================================================
Begin augustus heeft de BOS een mail gestuurd naar de sangha's (waarschijnlijk is bedoeld: de BUN-leden) met interessant nieuws.
Nieuws dat niet opgenomen is in de rubriek 'nieuws ' van de website van de BOS, zo bijzonder.
"Beste ...
Eind dit jaar is het zover. Na zestien bijzondere jaren houdt de BOS op te bestaan als zelfstandige publieke omroep. Maar dat laten we natuurlijk niet onopgemerkt voorbij gaan.
Zaterdag 12 december organiseren we een BOS-retrospectief in de Tolhuistuin in Amsterdam. Met opgeheven hoofd en de blik gericht op de toekomst maken we er een bijzondere en optimistische dag van. Graag nodigen we jullie, sangha’s, uit om mee te denken over wat we die dag kunnen doen. De grote lijnen van het programma zijn bekend, maar houden we nog even geheim. De BOS laat in ieder geval een terugblik zien op wat er op tv, radio en internet allemaal gemaakt is in die zestien jaar. En we hebben nog meer plannen. Maar wat zouden jullie zelf graag zien? Of misschien presenteren? Of zijn er onderwerpen en thema’s waar de BOS die dag aandacht aan zou kunnen besteden? Er kan in ieder geval een heleboel: van muziek tot een tentoonstelling, maar misschien zijn jullie ook benieuwd naar wat er gebeurd is met bepaalde personen uit BOS-documentaires. Of iets totaal anders. Het belangrijkste is in ieder geval dat we die dag niet alleen kijken naar het verleden, maar vooral ook naar de toekomst.
Zoals jullie hopelijk begrijpen kunnen niet alle suggesties uitgevoerd worden.
De BOS heeft jammer genoeg niet onbeperkt de ruimte, tijd en middelen.
... [onderstreping door mij]"
Die middag en avond in Amsterdam-Noord interesseert me niet zo veel. Ik kan me wel voorstellen hoe het er toe zal gaan: oude filmpjes, herinneringen, mooie woorden, ongrijpbare hoop en wellicht tranen.
En dan gaat woensdag 30 december 's nachts bij de radio de stekker er uit, bij de televisie zal het laatste programma wel een paar dagen eerder zijn.
En in februari 2016 of zo zegt iemand: hé, is er geen boeddhistische omroep meer?
====================================================================
Op de twaalfde december wordt ook gekeken naar de toekomst.
Ook de voortdurende reclame van de BOS, vooral 'lid' (een onjuiste term, het is 'donateur') te worden van de 'Stichting Vrienden van de BOS ', heeft dezelfde positieve uitstraling:
Uit hun website : "Alles verandert. Ook de Boeddhistische Omroep. Steun ons en breng de toekomst van de BOS in beeld. Word vriend van de BOS.
Voor slechts 11 euro per jaar ben je al vriend van de BOS. Door jouw vriendschap kunnen we inspirerende programma’s, films en docu’s blijven maken. Doe met ons mee en word nu vriend."
Vragen
Welke toekomst dan toch? Via welk medium? Als wat voor een soort rechtspersoon: BOS, Stichting Vrienden van de BOS, een rechtsopvolger, een bedrijf? En met welke financiële middelen?
En wat: alleen beeld (films en docu's) of ook en vooral veel goedkopere en dus haalbaardere audio en/of tekst (website)?
Mag na 2015 de BOS of haar opvolger dan gratis de tot die tijd als publieke omroep gemaakte content gebruiken?
De 'Jaarrekening over 2014 ' , ondertekend door directeur Laetitia Schoofs, is officiëler en heel wat realistischer; zie hieronder.
Dat brengt me tot de laatste vraag
Heeft men er over nagedacht om bescheiden, als vrijwilligersorganisatie en
samen met andere groepjes op internet opererende vrijwilligers, slechts met ad
hoc verworven donaties, met alleen podcasts en tekst een nieuw begin te maken?
Want al het andere is fantasie, een onverwerkt rouwproces.
Of uitdrukking van de hoop van ZZP-programmamakers af en toe een voorstel met (licht) boeddhistische geur gehonoreerd te krijgen voor al weer een docu uit het hieronder aangeduide NPO/NTR-potje van 12 miljoen.
Wie weet kan ook het langzamerhand wegzakkende 'BoeddhistischDagblad ' en het nog steeds naar een nieuwe formule zoekende 'BoeddhaMagazine ' van Asoka/Milinda daaraan mee doen?
Of niet en doen we met z'n allen op 31 december het licht uit.

Die begon aldus: "De BOS bestaat 10 jaar.
Waarom bestaat de BOS? Hoe is het met de Dharma? Bestaat de BOS over 10 jaar nog?
Dat zijn de vragen waarover ik het wil hebben. Een soort feestrede dus.
Stel u voor: wij zitten hier met de jarige BOS in een theater dat zich eigenlijk op de Titanic bevindt. U weet wel, het schip dat door de eigenaren het beste schip aller tijden werd genoemd en onzinkbaar werd geacht.
En u weet ongetwijfeld ook wat er mee gebeurde, honderd jaar geleden: het botste op een ijsberg en zonk.
Op die Titanic bevinden we ons nu; ik probeer me, met u, dat te visualiseren.
We varen niet ergens heen, dat lijkt maar zo; we drijven in feite maar wat met de stroom mee.
Maar er ligt wel een ijsberg op onze route
Laat ik die zee maar een naam geven, ik noem hem Dharma
Laat ik die ijsberg ook maar een naam geven, ik noem hem de Mediawet. "
We weten hoe het afloopt: de BOS bestaat over vijf jaar niet meer. En met de Dharma gaat het ook niet zo goed in Nederland; het aantal mensen dat zich boeddhist noemt of 'affiniteit heeft met het boeddhisme ' (kent u die uitdrukking nog, de fameuze 900.000 van Gertjan ?) neemt hard af.
Maar waarom heb ik de gebeurtenissen eigenlijk beschreven vanuit het perspectief van de Titanic, de BOS dus? Het is minstens zo boeiend de botsing met de Titanic te beschrijven vanuit het perspectief van de ijsberg.
Zo'n ijsberg drijft vrij stuurloos, beïnvloed door waterstromen (geld) en wind (politiek) en wordt langzaam kleiner. Dan komt er een brok hol ijzer in zijn ('ijsberg' is mannelijk) vaarwater die hem beschadigt, namelijk een paar brokken afhakt. Jammer, maar kleiner werd hij toch; en hij drijft verder, brokstukken en kleine bootjes achterlatend. Meer is er niet van te vertellen.
====================================================================
Begin augustus heeft de BOS een mail gestuurd naar de sangha's (waarschijnlijk is bedoeld: de BUN-leden) met interessant nieuws.
Nieuws dat niet opgenomen is in de rubriek 'nieuws ' van de website van de BOS, zo bijzonder.
"Beste ...
Eind dit jaar is het zover. Na zestien bijzondere jaren houdt de BOS op te bestaan als zelfstandige publieke omroep. Maar dat laten we natuurlijk niet onopgemerkt voorbij gaan.
Zaterdag 12 december organiseren we een BOS-retrospectief in de Tolhuistuin in Amsterdam. Met opgeheven hoofd en de blik gericht op de toekomst maken we er een bijzondere en optimistische dag van. Graag nodigen we jullie, sangha’s, uit om mee te denken over wat we die dag kunnen doen. De grote lijnen van het programma zijn bekend, maar houden we nog even geheim. De BOS laat in ieder geval een terugblik zien op wat er op tv, radio en internet allemaal gemaakt is in die zestien jaar. En we hebben nog meer plannen. Maar wat zouden jullie zelf graag zien? Of misschien presenteren? Of zijn er onderwerpen en thema’s waar de BOS die dag aandacht aan zou kunnen besteden? Er kan in ieder geval een heleboel: van muziek tot een tentoonstelling, maar misschien zijn jullie ook benieuwd naar wat er gebeurd is met bepaalde personen uit BOS-documentaires. Of iets totaal anders. Het belangrijkste is in ieder geval dat we die dag niet alleen kijken naar het verleden, maar vooral ook naar de toekomst.
Zoals jullie hopelijk begrijpen kunnen niet alle suggesties uitgevoerd worden.
De BOS heeft jammer genoeg niet onbeperkt de ruimte, tijd en middelen.
... [onderstreping door mij]"
Die middag en avond in Amsterdam-Noord interesseert me niet zo veel. Ik kan me wel voorstellen hoe het er toe zal gaan: oude filmpjes, herinneringen, mooie woorden, ongrijpbare hoop en wellicht tranen.
En dan gaat woensdag 30 december 's nachts bij de radio de stekker er uit, bij de televisie zal het laatste programma wel een paar dagen eerder zijn.
En in februari 2016 of zo zegt iemand: hé, is er geen boeddhistische omroep meer?
====================================================================
Op de twaalfde december wordt ook gekeken naar de toekomst.
Ook de voortdurende reclame van de BOS, vooral 'lid' (een onjuiste term, het is 'donateur') te worden van de 'Stichting Vrienden van de BOS ', heeft dezelfde positieve uitstraling:
Uit hun website : "Alles verandert. Ook de Boeddhistische Omroep. Steun ons en breng de toekomst van de BOS in beeld. Word vriend van de BOS.
Voor slechts 11 euro per jaar ben je al vriend van de BOS. Door jouw vriendschap kunnen we inspirerende programma’s, films en docu’s blijven maken. Doe met ons mee en word nu vriend."
Vragen
Welke toekomst dan toch? Via welk medium? Als wat voor een soort rechtspersoon: BOS, Stichting Vrienden van de BOS, een rechtsopvolger, een bedrijf? En met welke financiële middelen?
En wat: alleen beeld (films en docu's) of ook en vooral veel goedkopere en dus haalbaardere audio en/of tekst (website)?
Mag na 2015 de BOS of haar opvolger dan gratis de tot die tijd als publieke omroep gemaakte content gebruiken?
De 'Jaarrekening over 2014 ' , ondertekend door directeur Laetitia Schoofs, is officiëler en heel wat realistischer; zie hieronder.
Dat brengt me tot de laatste vraag
Heeft men er over nagedacht om bescheiden, als vrijwilligersorganisatie en
samen met andere groepjes op internet opererende vrijwilligers, slechts met ad
hoc verworven donaties, met alleen podcasts en tekst een nieuw begin te maken?
Want al het andere is fantasie, een onverwerkt rouwproces.
Of uitdrukking van de hoop van ZZP-programmamakers af en toe een voorstel met (licht) boeddhistische geur gehonoreerd te krijgen voor al weer een docu uit het hieronder aangeduide NPO/NTR-potje van 12 miljoen.
Wie weet kan ook het langzamerhand wegzakkende 'BoeddhistischDagblad ' en het nog steeds naar een nieuwe formule zoekende 'BoeddhaMagazine ' van Asoka/Milinda daaraan mee doen?
Of niet en doen we met z'n allen op 31 december het licht uit.

maandag 15 juni 2015
BoeddhaMagazine on hold, voor onbekende tijd
Op de website van Milinda-Asoka staat (ik weet niet sinds hoeveel dagen) het volgende bericht:
"Aan alle abonnees en geïnteresseerden,
Het laatste nummer van BoeddhaMagazine (editie 79: jaargang 19, nr. 5) verscheen – met enige vertraging – begin januari 2015. In het redactioneel van dat nummer werd de toekomst van het blad reeds als ‘uiterst onzeker’ bestempeld. Sindsdien is het stil gebleven. Achter de schermen is er echter wel het nodige gebeurd en veranderd. De uitgeverij is overgenomen en verhuisd, en een klein team is dagelijks in de weer met het verwerken van het verleden en het voorbereiden van een nieuwe toekomst, óók voor het tijdschrift.
Het ideaal van redactie en uitgever om door middel van een toegankelijk tijdschrift een breed publiek kennis te laten maken met het boeddhisme als bron van inspiratie en wijsheid is, om uiteenlopende redenen, niet levensvatbaar gebleken. De exploitatie was niet rond te krijgen en de uitgeverij was niet in staat de structurele verliezen aan te zuiveren. Was het bouwen aan een luchtkasteel? Vermoedelijk wel, maar het was de moeite meer dan waard. In de afgelopen twintig jaar hebben velen, vaak geheel vrijwillig, bijgedragen aan de evolutie van het tijdschrift, een geschiedenis die gekenmerkt wordt door opeenvolgende transformaties. In september 1995 ontstond uit het kleinschalige Saddharma (alleen voor donateurs van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme) het Kwartaalblad Boeddhisme. Eind 2004 werd het blad omgedoopt in Vorm&Leegte om in 2011, onder de kundige redactionele leiding van Dorine Esser, verder te gaan als BoeddhaMagazine. Uitgaande van nieuw uitgeefbeleid heeft Marjolein Niestadt sinds 2013 gepoogd het tijdschrift geschikt te maken voor een breder publiek – een in alle opzichten geslaagde professionalisering, maar de noodzakelijk groei bleef jammer genoeg uit. De vraag of het Nederlands taalgebied op dit moment voldoende mogelijkheden biedt voor een breed toegankelijk boeddhistisch tijdschrift moet – voorlopig – helaas negatief beantwoord worden.
BoeddhaMagazine staat op dit moment on hold – een tussenfase waarin wordt gedacht en gewerkt aan een volgende metamorfose. De contouren van die toekomst tekenen zich reeds af, maar het uitwerken van een volstrekt nieuwe bladformule en het herijken van alle aspecten die bij het uitgeven van een tijdschrift een rol spelen, kost tijd. We willen daarbij niet overhaast te werk gaan. We vragen de huidige abonnees dan ook om geduld. Wie zijn abonnement reeds heeft vernieuwd kan rekenen op een overeenkomstig aantal nummers. Wanneer, en met welke regelmaat die zullen verschijnen is op dit moment nog onzeker.
Via deze webpagina houden we u zo goed mogelijk op de hoogte."
Bron: https://www.milinda-uitgevers.nl/asoka/boeddhamagazine
========================================================================
Commentaar
Jammer voor de lezers van 'BoeddhaMagazine'; en vooral ook jammer voor Gerolf T'Hooft, die zo lang is blijven sleuren aan Kwartaalblad Boeddhisme /Vorm &Leegte / BoeddhaMagazine. Maar het zat er niet in; in de vorm van de afgelopen jaren in ieder geval.
Ik heb een paar keer (op persoonlijke titel) met hem overleg gehad, o.a. aangedrongen op duidelijkheid naar de abonnees.
Mijn mening, die Gerolf niet leek te delen: een papieren vorm is hoe dan ook niet meer haalbaar, de toekomst is aan het digitale tijdschrift, zeker nu je elke glossy outlook (terecht) wil schrappen.
Een degelijk echt-boeddhistisch digitaal tijdschrift, met een klein betaalmuurtje, is moeilijk maar wel mogelijk. Toegegeven; er zijn weinig Nederlandstalig auteurs van niveau maar het aantal Engelstalige artikelen is groot genoeg om nog jaren uit te putten. Vertalers hebben we wel.
Misschien kan - vanaf december dit jaar als de stekker er bij de BOS uit gaat - de know how van Bodhitv en BOS-Radio ook in iets nieuws ingebracht worden.
Update 18 juni
Een update van gisteren is verwijderd omdat hij onjuistheden bevatte.
Hier wil ik (Joop Romeijn) de hoop uitspreken dat degenen de abonnementsgeld voor 2015 hebben betaald, zo spoedig mogelijk bericht krijgen.
"Aan alle abonnees en geïnteresseerden,
Het laatste nummer van BoeddhaMagazine (editie 79: jaargang 19, nr. 5) verscheen – met enige vertraging – begin januari 2015. In het redactioneel van dat nummer werd de toekomst van het blad reeds als ‘uiterst onzeker’ bestempeld. Sindsdien is het stil gebleven. Achter de schermen is er echter wel het nodige gebeurd en veranderd. De uitgeverij is overgenomen en verhuisd, en een klein team is dagelijks in de weer met het verwerken van het verleden en het voorbereiden van een nieuwe toekomst, óók voor het tijdschrift.
Het ideaal van redactie en uitgever om door middel van een toegankelijk tijdschrift een breed publiek kennis te laten maken met het boeddhisme als bron van inspiratie en wijsheid is, om uiteenlopende redenen, niet levensvatbaar gebleken. De exploitatie was niet rond te krijgen en de uitgeverij was niet in staat de structurele verliezen aan te zuiveren. Was het bouwen aan een luchtkasteel? Vermoedelijk wel, maar het was de moeite meer dan waard. In de afgelopen twintig jaar hebben velen, vaak geheel vrijwillig, bijgedragen aan de evolutie van het tijdschrift, een geschiedenis die gekenmerkt wordt door opeenvolgende transformaties. In september 1995 ontstond uit het kleinschalige Saddharma (alleen voor donateurs van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme) het Kwartaalblad Boeddhisme. Eind 2004 werd het blad omgedoopt in Vorm&Leegte om in 2011, onder de kundige redactionele leiding van Dorine Esser, verder te gaan als BoeddhaMagazine. Uitgaande van nieuw uitgeefbeleid heeft Marjolein Niestadt sinds 2013 gepoogd het tijdschrift geschikt te maken voor een breder publiek – een in alle opzichten geslaagde professionalisering, maar de noodzakelijk groei bleef jammer genoeg uit. De vraag of het Nederlands taalgebied op dit moment voldoende mogelijkheden biedt voor een breed toegankelijk boeddhistisch tijdschrift moet – voorlopig – helaas negatief beantwoord worden.
BoeddhaMagazine staat op dit moment on hold – een tussenfase waarin wordt gedacht en gewerkt aan een volgende metamorfose. De contouren van die toekomst tekenen zich reeds af, maar het uitwerken van een volstrekt nieuwe bladformule en het herijken van alle aspecten die bij het uitgeven van een tijdschrift een rol spelen, kost tijd. We willen daarbij niet overhaast te werk gaan. We vragen de huidige abonnees dan ook om geduld. Wie zijn abonnement reeds heeft vernieuwd kan rekenen op een overeenkomstig aantal nummers. Wanneer, en met welke regelmaat die zullen verschijnen is op dit moment nog onzeker.
Via deze webpagina houden we u zo goed mogelijk op de hoogte."
Bron: https://www.milinda-uitgevers.nl/asoka/boeddhamagazine
========================================================================
Commentaar
Jammer voor de lezers van 'BoeddhaMagazine'; en vooral ook jammer voor Gerolf T'Hooft, die zo lang is blijven sleuren aan Kwartaalblad Boeddhisme /Vorm &Leegte / BoeddhaMagazine. Maar het zat er niet in; in de vorm van de afgelopen jaren in ieder geval.
Ik heb een paar keer (op persoonlijke titel) met hem overleg gehad, o.a. aangedrongen op duidelijkheid naar de abonnees.
Mijn mening, die Gerolf niet leek te delen: een papieren vorm is hoe dan ook niet meer haalbaar, de toekomst is aan het digitale tijdschrift, zeker nu je elke glossy outlook (terecht) wil schrappen.
Een degelijk echt-boeddhistisch digitaal tijdschrift, met een klein betaalmuurtje, is moeilijk maar wel mogelijk. Toegegeven; er zijn weinig Nederlandstalig auteurs van niveau maar het aantal Engelstalige artikelen is groot genoeg om nog jaren uit te putten. Vertalers hebben we wel.
Misschien kan - vanaf december dit jaar als de stekker er bij de BOS uit gaat - de know how van Bodhitv en BOS-Radio ook in iets nieuws ingebracht worden.
Update 18 juni
Een update van gisteren is verwijderd omdat hij onjuistheden bevatte.
Hier wil ik (Joop Romeijn) de hoop uitspreken dat degenen de abonnementsgeld voor 2015 hebben betaald, zo spoedig mogelijk bericht krijgen.
Labels:
boeddhisme in Nederland,
boeddhologie,
BOS,
brieven,
redactioneel
donderdag 28 mei 2015
Hoe nu verder? Het verbroken zwijgen over Mettavihari, en hoe we nu we de onaangename en verbrokkelde werkelijkheid onder ogen moeten zien
(Met updates van 31 mei en 2 juni, zie onder)
Vooraf: bij deze blogtekst wil ik veel feiten bekend veronderstellen, anders wordt het een onleesbaar lang betoog.
Daarom met nadruk: lees eerst of lees ook http://openboeddhisme.nl/ vanaf 22 mei 2015 en lees en kijk http://nos.nl . En uiteraard: lees mijn blogs van 6 mei en 12 mei hierover.
Ook het BoeddhistischDagblad bevat de nodige informatie vaak vermengd met opinie.
OpenBoeddhisme en NOS hebben het over seksueel misbruik van meerdere leraren, uit meerdere boeddhistische tradities: Theravada, Zen en Tibetaans.
Ik wil hier alleen ingaan op het misbruik door de Theravada-monnik Mettavihari.
Nog meer specifiek: op de reacties van zijn directe leerlingen, de (veertien) huidige Vipassana-leraren; en over de organisatie die retraites organiseert, de Stichting Inzichts Meditatie (SIM).
Alleen over deze case omdat dit altijd mìjn traditie is geweest (Praat ik nu in de verleden tijd? Ik weet het niet.)
Zelf heb ik nauwelijks bij hem gemediteerd, maar ben wel naar een paar bijeenkomsten met hem geweest. Ik heb jaren lang gemediteerd bij twee van zijn leerlingen (Jotika en Paul) die duidelijk in zijn lijn instructie gaven; pas de laatste jaren zijn die wat los gekomen van het rechtlijnige 'alleen vipassana; al het andere zoals samatha, metta-meditatie en Dhamma-studie is overbodig, is a waste of time'. Een klein beetje werd het 'Nobele Eénvoudige Pad' van Mettavihari het 'Nobele Achtvoudige Pad' (inclusief dus ook sila)
En ik 2003 bij Mettavihari 'toevlucht heb genomen'. Telt dat nog wel, is me gevraagd? Ja hoor, de toevlucht (tot Boeddha, Dhamma en Sangha) nam ik zelf, dat dat ten overstaan van een monnik plaatsvond, is secondair.
Nog ter informatie: de vipassana in Nederland kent ook nog andere leraren dan die van de Mettavihari-leerlingen. Met name: Matthijs Schouten, Frank Uyttebroeck en Doshin Houtman . Daarnaast zijn er ook in Nederland de vipassana-retraites volgens de methode van Goenka. Over hen gaat dit artikel ook niet.
Een andere opmerking vooraf: terecht wordt gezegd dat onze aandacht en compassie primair uit moet gaan naar de slachtoffers van Mettavihari die mogelijk nu nog lijden aan dit wangedrag.
Als de stille slachtoffers in de publiciteit die nu is losgebarsten een persoon/adres tegenkomen waar ze dit willen melden en bespreken, hoop ik dat en hoop ik vooral dat dat hen helpt. Maar ik wil het hier hebben over een ander thema: het zwijgen en de brokstukken.
Dat betekent dat ik het ook niet wil hebben over een ander thema dat nu ineens veel aandacht krijgt: het instellen van gedragscodes en procedures door sangha's voor het kunnen melden en met een vertrouwenspersoon bespreken van seksueel misbruik door toekomstige slachtoffers. Ik heb twijfel bij deze prioriteit en haastige stap, ook vanwege de wildgroei die er het gevolg van kan zijn. Laten we (Theravadins, andere boeddhisten hebben hun eigen sores) eerst maar eens met elkaar bespreken wat er in het verleden fout is gegaan.
======================================================================
Als stelling en tegelijk als samenvatting van wat ik hier ga schrijven, formuleer ik:
De Nederlandse vipassana-gemeenschap is er niet mee gediend als meteen wordt overgegaan tot 'lessen voor de toekomst'. Eerst zal de crisis, ontstaan door het jarenlange zwijgen van degenen die van het misbruik door Mettavihari op de hoogte waren, tot de bodem moeten gaan.
En de 'bodem', tegelijk de basis van het beoefenen van het (Theravada)boeddhisme is het ethisch tekort van zowel het misbruik zelf als het zwijgen over dit misbruik.
Sleutelvraag: hadden en hebben degenen die er weet van hadden,
het recht om Mettavihari absolutie te geven ? Mijn antwoord: nee
Niet in midden van de zeventiger jaren van de vorige eeuw,
niet midden negentiger jaren, en ook
niet midden tiener jaren van deze eeuw, nu dus.
Op deze drie periodes wil ik inzoomen
======================================================================
'Midden zeventiger jaren '
Het tweede artikel van OpenBoeddhisme volgend hebben Henk Barendregt en Aad Verboom (nu nog behorend tot 'de zeven') er voor gezorgd dat het seksueel misbruik van Mettavihari vanaf waarschijnlijk 1974 niet de juiste consequenties kreeg en hem in Waalwijk gehandhaafd als monnik. En 'de juiste consequenties' staan helder in de Vinaya: het automatisch beëindigen van het monnikschap, spijtbetuiging of zo speelt geen rol bij deze handeling. Zie bijlage.
Hopelijk geven Barendregt en Verboom alsnog openheid over deze gang van zaken, onder andere hoe en waarom de kloosterorde (Mahasangha) van Mettavihari in Thailand en de Thaise ambassade in den Haag (die Mettavihari naar Nederland hebben gehaald en de mogelijkheid hadden het disroben te effectueren en hem naar Thailand terug te halen), hun taak niet hebben kunnen verrichten.
Mijn vraag aan Barendregt en Verboom: was het lekenbestuur in Waalwijk destijds bevoegd de Vinaya te negeren of omzeilen? Volgens mij kon dit niet.
Bovendien kon door dit verbloemen en verzwijgen het seksueel misbruik gecontinueerd worden en kreeg Nederland een moreel besmette vipassana-leraar.
In http://openboeddhisme.nl/minderjarigen-niet-beschermd/ van woensdag 28 mei (waarin ook meer misbruik wordt gemeld) reageert Aad Verboom hier op:
"Verboom noemt Franssens beweringen over seksueel misbruik nu 'te vaag' om te kunnen reageren: 'Wat ik kan zeggen is dat ik het niet wist. Ik weet het pas zeker sinds oktober vorig jaar. Toen heb ik het van iemand persoonlijk gehoord en hem daarbij de ogen gekeken. Dat was voor mij het kantelpunt. Voor die tijd waren er geruchten, dat weet ik ook wel, maar hoe moet je dat op waarheid schatten?' Verboom geeft toe dat hij Mettavahari in 1981 wel steunde: 'Maar dat was niet formeel, ik zat niet in het bestuur. Het kwam omdat ik dacht dat het verhaal een gerucht was. Ik heb toen geen invloed gehad, maar ik heb wel mijn persoonlijke mening gegeven. "
Een zwak verweer: natuurlijk had Aad invloed, en kende hij als boeddholoog de Vinaya. Dat 'sinds oktober vorig jaar' is niet goed te verenigen met het gemelde gesprek in 1991 à 1995 met Mettavihari (zie onder). Lees ook dit en dit NOS-artikel van 28 mei.
Een vervolgvraag is of de mediterenden in Groningen (de volgende verblijfsplaats in Nederland van Mettavihari maar al vanaf 1980 in weekenden) van de echte gang van zaken in Waalwijk op de hoogte zijn gesteld? Immers: daar is een belangrijk deel van de huidige leraren (deel van 'de zes' en deel van 'de zeven') leerling geworden. Johan Tinge (een van 'de zes') hierover in de NRC van 26 mei 2015:
"Tinge hoorde eind jaren tachtig voor het eerst geruchten over zijn leermeester. Rond 1995 sprak hij hem erop aan. „Mettavihari bekende en zei dat hij ermee gestopt was”, zegt Tinge. „Ik had de indruk dat het om eenmalige dingen ging, die al een tijd geleden waren gebeurd. Hij zei dat hij gestopt was en ik had niet de indruk dat er grote trauma’s bij de slachtoffers waren. Er was ook niemand bij wie je terechtkon. Ik heb het een tijd geparkeerd.” Na Mettavihari’s dood bracht hij het onderwerp ter sprake in de raad van veertien leraren die de leider had benoemd. "
De omvang, het aantal slachtoffers en de trauma's, bleek pas later, zo zeggen deze leraren.
Tinge is over het verspreiden van zijn kennis niet zo duidelijk. Ik denk dat 'de veertien' (bijna) allemaal vanaf een moment ergens in de tachtiger jaren weet hadden van het misbruik door Mettavihari, in Waalwijk, in Groningen en mogelijk ook in andere plaatsen waar hij kwam, Tilburg en Amsterdam bv.
======================================================================
'Midden negentiger jaren '
In 'Gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de publicatie in het boeddhistisch dagblad van 6 mei 2015 opgesteld door 'de zeven' (leraren/Mettavihari-leerlingen) zeggen deze: " Wij wijzen er verder op dat onze leraar begin jaren ’90 zijn fouten erkend en zijn leven gebeterd heeft."
In de 'Nieuwsbrief mei 2015' van Dhammadipa is het tijdstip iets verschoven: "Na hierop aangesproken te zijn heeft hij in 1995 zijn fouten erkend en zijn gedrag verbeterd."
Wanneer heeft Mettavihari nu eigenlijk 'zijn leven gebeterd' c.q. 'zijn gedrag verbeterd' ?
Over dit gesprek begin of midden jaren negentig heb ik een aantal vragen:
* Wie namen er aan deel?
* Door wie afgevaardigd?
* Wat is Mettavihari precies gezegd en op welke wijze heeft hij het erkennen van zijn fouten geformuleerd?
* Is er nog iets in de richting van sancties of voorwaarden geformuleerd? (bv altijd een derde persoon aanwezig bij een interview mediterende-Mettavihari in een retraite?)
* Is stilzwijgen over het bestaan en de inhoud van dit gesprek afgesproken?
* Is in dit gesprek aan gerefereerd aan de voor monniken van kracht zijnde Vinaya, ook wat betreft procedures, sancties en bevoegdheden?
Kortom: Is er een door de aanwezigen goedgekeurd verslag van dit gesprek ?
Wat mij verbaast, (met de kennis van nu !), over de periode tussen 1995 en 2014, is dit:
Wetend van het moreel verwerpelijke gedrag van Mettavihari, en dus wetend dat hij bepaald geen 'stroombetreder' of hoger was, (en zelfs geen monnik meer had horen te zijn),
waarom zijn de (14) Mettavihari-leerlingen/leraren sindsdien niet bescheidener geweest in het aanduiden van hun leraar? Waarom zijn ze hem zo sterk op een voetstuk blijven plaatsen? Zoals bv blijkt uit de websites van Dhammadipa, Sanghametta, die van een aantal individuele leraren; en het halfslachtig ('under construction') in de lucht brengen van hun website met als subtitel 'Mettavihari Heritage Sangha '? Want dit op een voetstuk plaatsen heeft het problematische van de situatie versterkt en zal de verwerking van de crisis bemoeilijken.
======================================================================
'Midden tiener jaren (nu) '
Stand van zaken: een aanzwellende publiciteit die nog wel even door zal gaan, een (eenmalig) standpunt van 'de zes', een (eenmalig) standpunt van 'de zeven' en het zwijgen van en waarschijnlijk de verwarring binnen het SIM-bestuur ten gevolge van een teveel aan diverse loyaliteiten.
Dat brengt me op de aanduiding 'de verbrokkeldheid ' in de kop van dit artikel: niemand is in staat op dit moment als woordvoerder namens iedereen op te treden.
Niet over de gewenste duidelijkheid bij wie of welke instantie slachtoffers van Mettavihari zich kunnen melden (een soort commissie Deetman).
Niet over de vragen van de media.
Niet over de vragen van de mediterende en niet mediterende (Theravada-)boeddhisten.
Het laatste punt, anders geformuleerd: Wie kan nu de regie gaan voeren?
Niet alleen wat betreft bovenstaande vragen maar ook in het m.i. noodzakelijke proces van het weer gezond maken van de vipassana-gemeenschap.
De leraren van 'de zes' hebben wat mij betreft het voordeel van de twijfel; zij hebben het zwijgen laat doorbroken maar ze hebben het wel doorbroken. 'De zes' vormen echter geen organisatie, zij zijn voor zo ver ik weet - dat ook niet van plan zoals 'de zeven' dat wel zijn.
Op zich zou (het bestuur van) de SIM een logisch college zijn om de regie te voeren, maar een gecompliceerd verleden met Mettavihari en met 'de zes' en 'de zeven' maken dit moeilijk. Wellicht moet de SIM aangevuld worden met een of twee ongebonden bestuursleden teneinde een regie-functie mogelijk te maken.
Misschien moeten we anders iemand uit een buitenlands centrum vragen wat er met de huidige brokstukken gedaan kan worden? iemand uit Engeland bijvoorbeeld (ik heb geen naam in gedachten).
Of misschien moet de latente crisis in de vipassana-gemeenschap eerst nog dieper en manifester worden? Neutraler gezegd: nog een paar jaar de verbrokkeldheid continueren waarin iedere leraar/sangha zijn/haar ding doet; omdat er helemaal geen 'vipassana-gemeenschap' is?
Het is ongetwijfeld nuttig dat nu codes, ethische commissies en vertrouwenspersonen veel aandacht krijgen. Maar dit is tegelijk 'een vlucht naar voren'. Het boek van het verleden, Mettavihari in de zeventiger, de tachtiger en mogelijk ook de negentiger jaren, kan niet dichtgeslagen worden. Dit betreft ook het gedrag van sommige van zijn leerlingen.
Met dit moeilijk draaglijke feit moeten wij - leerlingen van de leerlingen - leven. Zowel degenen onder ons die strikt de vipassana-opvatting van Mettavihari zijn blijven volgen als voor degenen die andere vormen van beoefening naast deze vipassana de voorkeur hebben gegeven.
Update 31 mei
Er is elke dag welke een nieuwe ontwikkeling, ik zou wel aan de gang kunnen blijven.
Voor twee maak ik een uitzondering; Aad Verboom zegt in het BD van vandaag :
'... En of het aanzien van het boeddhisme is geschaad? Over een paar maanden wordt er niet meer over deze kwesties gesproken. Het boeddhisme kan wel een stootje hebben.'
Ik denk dat Aad zich met de (in zijn perceptie) optimistische gedachte dat er over een paar maanden niet meer over deze kwesties wordt gesproken, ernstig vergist.
Verder wordt duidelijk dat het beleid t.a.v. de vipassana niet alleen aan de leraren moet worden overgelaten; is bv Henk Barendregt - destijds voorzitter in Waalwijk - de meest geëigende persoon om nu met Thaise autoriteiten (blijkens informatie van Aad in ditzelfde artikel) te praten?
En het aanzien van het boeddhisme, althans van de vipassana-meditatie, is wel degelijk geschaad.
Hopelijk wordt die vipassana weer boeddhistisch: niet het Eénvoudige maar het Achtvoudige Pad, te beginnen met de ethiek (sila). Zoals Hans van Willenwaard (ook een vroege leerling van Mettavihari maar een die vroeg afstand van hem genomen heeft) het een paar dagen geleden schreef: "... [de] discussie over de vraag of ethiek voortkomt uit de meditatie of dat je voor de meditatie jezelf en anderen met een sterke ethiek moet beschermen. Mettaviharee nam het standpunt in dat vanuit de meditatie alle goeds vanzelf voort zou komen en zolang je nog niet zover was je kon doen wat je wilde. Hij meende ook dat je je, op een gegeven moment, kon onthechten van verantwoordelijkheid omdat die pas echt zou verschijnen als je genoeg mediteerde. Deze morele anarchie, hoe leerzaam ook tot op een punt, is nu wel gebleken gevaarlijk te zijn."
Update 2 juni
Elke dag opnieuw is er nieuws. Een aantal keer in het BoeddhistischDagblad. En nu groot nieuws in OpenBoeddhisme: 'Henk Barendregt geeft zijn rol onjuist en onvolledig weer '
Een onthullend en onthutsend verhaal. Mijn enige commentaar op dit moment:
Eerst moeten Henk Barendregt, Aad Verboom en de andere van 'de zeven' leraren met een standpunt komen. Voor zover 'de zeven' als groep nog bestaat, voor drie van hen verwijs ik naar de 'Sangha Metta Nieuwsflits Mettavihari ' ; Aad en Henk hebben ook aan hen wel iets uit te leggen, en aan ons dus.
En het bestuur van de SIM moet langzamerhand ook maar eens met een positiebepaling komen, en dan niet over vertrouwenspersonen en ethische commissies.
======================================================================
Bijlage
"Major Rule Groups of the Patimokkha
a) The Four Paaraajika — The Defeaters
The new bhikkhu is told about the Paaraajika Offences immediately after ordination, so he fully knows that they are the most serious of all the offences and that the consequences of transgressing them causes him to be no longer a bhikkhu. The nature of the act that breaks any of these four Paaraajika rules clearly reveals that the bhikkhu is no longer interested in developing the subtle and refined way of Dhamma. The alternative of voluntarily disrobing is always available if he feels he can no longer keep the Rule and this is considered a much better way to handle this sort of overwhelming desire.
A monk automatically falls from being a bhikkhu by committing any of these four offences of defeat: sexual-intercourse, murder, major-theft, or falsely claiming supernormal abilities.
A bhikkhu who falls into any of these four Defeater offences thereby severs himself irrevocably from the bhikkhu community and is no longer considered a bhikkhu. The text portrays it with some vivid similes showing their irreparable nature: as 'a man with his head cut off'; as 'a withered leaf fallen from its stem'; as 'a palm tree cut down'; as 'a broken stone.' For while all the other offences can be remedied, these four are terminal."
Bron: The Bhikkhus' Rules - A Guide for Laypeople door Bhikkhu Ariyesako. Onderstreping door mij (Joop R)
Voor de volledige Vinaya: zie The Buddhist Monastic Code II: The Khandhaka Rules en
The Buddhist Monastic Code I: The Patimokkha Training Rules .
Hieruit: "The term sexual intercourse refers to all kinds of sexual intercourse involving genitals (literally, the “urine path” (pass›va-magga)—i.e., a woman’s vagina or a man’s penis); the anus (vacca-magga); or the mouth (mukha). The
Vibhaºga summarizes the various possible combinations of these orifices, and concludes that all of them—except for mouth-to-mouth penetration, which is treated under Derived Offenses, below—fulfill the factor of effort here."
Opmerking: het minderjarig of meerderjarig zijn van de persoon waarmee een monnik geslachtsgemeenschap heeft, speelt (zover ik heb kunnen nagaan) geen rol in de Vinaya. Wel in het Nederlandse strafrecht waarbij tot begin 1988 de meerderjarigheid bij het 21e jaar begon, daarna vanaf het 18e jaar.
Vooraf: bij deze blogtekst wil ik veel feiten bekend veronderstellen, anders wordt het een onleesbaar lang betoog.
Daarom met nadruk: lees eerst of lees ook http://openboeddhisme.nl/ vanaf 22 mei 2015 en lees en kijk http://nos.nl . En uiteraard: lees mijn blogs van 6 mei en 12 mei hierover.
Ook het BoeddhistischDagblad bevat de nodige informatie vaak vermengd met opinie.
OpenBoeddhisme en NOS hebben het over seksueel misbruik van meerdere leraren, uit meerdere boeddhistische tradities: Theravada, Zen en Tibetaans.
Ik wil hier alleen ingaan op het misbruik door de Theravada-monnik Mettavihari.
Nog meer specifiek: op de reacties van zijn directe leerlingen, de (veertien) huidige Vipassana-leraren; en over de organisatie die retraites organiseert, de Stichting Inzichts Meditatie (SIM).
Alleen over deze case omdat dit altijd mìjn traditie is geweest (Praat ik nu in de verleden tijd? Ik weet het niet.)
Zelf heb ik nauwelijks bij hem gemediteerd, maar ben wel naar een paar bijeenkomsten met hem geweest. Ik heb jaren lang gemediteerd bij twee van zijn leerlingen (Jotika en Paul) die duidelijk in zijn lijn instructie gaven; pas de laatste jaren zijn die wat los gekomen van het rechtlijnige 'alleen vipassana; al het andere zoals samatha, metta-meditatie en Dhamma-studie is overbodig, is a waste of time'. Een klein beetje werd het 'Nobele Eénvoudige Pad' van Mettavihari het 'Nobele Achtvoudige Pad' (inclusief dus ook sila)
En ik 2003 bij Mettavihari 'toevlucht heb genomen'. Telt dat nog wel, is me gevraagd? Ja hoor, de toevlucht (tot Boeddha, Dhamma en Sangha) nam ik zelf, dat dat ten overstaan van een monnik plaatsvond, is secondair.
Nog ter informatie: de vipassana in Nederland kent ook nog andere leraren dan die van de Mettavihari-leerlingen. Met name: Matthijs Schouten, Frank Uyttebroeck en Doshin Houtman . Daarnaast zijn er ook in Nederland de vipassana-retraites volgens de methode van Goenka. Over hen gaat dit artikel ook niet.
Een andere opmerking vooraf: terecht wordt gezegd dat onze aandacht en compassie primair uit moet gaan naar de slachtoffers van Mettavihari die mogelijk nu nog lijden aan dit wangedrag.
Als de stille slachtoffers in de publiciteit die nu is losgebarsten een persoon/adres tegenkomen waar ze dit willen melden en bespreken, hoop ik dat en hoop ik vooral dat dat hen helpt. Maar ik wil het hier hebben over een ander thema: het zwijgen en de brokstukken.
Dat betekent dat ik het ook niet wil hebben over een ander thema dat nu ineens veel aandacht krijgt: het instellen van gedragscodes en procedures door sangha's voor het kunnen melden en met een vertrouwenspersoon bespreken van seksueel misbruik door toekomstige slachtoffers. Ik heb twijfel bij deze prioriteit en haastige stap, ook vanwege de wildgroei die er het gevolg van kan zijn. Laten we (Theravadins, andere boeddhisten hebben hun eigen sores) eerst maar eens met elkaar bespreken wat er in het verleden fout is gegaan.
======================================================================
Als stelling en tegelijk als samenvatting van wat ik hier ga schrijven, formuleer ik:
De Nederlandse vipassana-gemeenschap is er niet mee gediend als meteen wordt overgegaan tot 'lessen voor de toekomst'. Eerst zal de crisis, ontstaan door het jarenlange zwijgen van degenen die van het misbruik door Mettavihari op de hoogte waren, tot de bodem moeten gaan.
En de 'bodem', tegelijk de basis van het beoefenen van het (Theravada)boeddhisme is het ethisch tekort van zowel het misbruik zelf als het zwijgen over dit misbruik.
Sleutelvraag: hadden en hebben degenen die er weet van hadden,
het recht om Mettavihari absolutie te geven ? Mijn antwoord: nee
Niet in midden van de zeventiger jaren van de vorige eeuw,
niet midden negentiger jaren, en ook
niet midden tiener jaren van deze eeuw, nu dus.
Op deze drie periodes wil ik inzoomen
======================================================================
'Midden zeventiger jaren '
Het tweede artikel van OpenBoeddhisme volgend hebben Henk Barendregt en Aad Verboom (nu nog behorend tot 'de zeven') er voor gezorgd dat het seksueel misbruik van Mettavihari vanaf waarschijnlijk 1974 niet de juiste consequenties kreeg en hem in Waalwijk gehandhaafd als monnik. En 'de juiste consequenties' staan helder in de Vinaya: het automatisch beëindigen van het monnikschap, spijtbetuiging of zo speelt geen rol bij deze handeling. Zie bijlage.
Hopelijk geven Barendregt en Verboom alsnog openheid over deze gang van zaken, onder andere hoe en waarom de kloosterorde (Mahasangha) van Mettavihari in Thailand en de Thaise ambassade in den Haag (die Mettavihari naar Nederland hebben gehaald en de mogelijkheid hadden het disroben te effectueren en hem naar Thailand terug te halen), hun taak niet hebben kunnen verrichten.
Mijn vraag aan Barendregt en Verboom: was het lekenbestuur in Waalwijk destijds bevoegd de Vinaya te negeren of omzeilen? Volgens mij kon dit niet.
Bovendien kon door dit verbloemen en verzwijgen het seksueel misbruik gecontinueerd worden en kreeg Nederland een moreel besmette vipassana-leraar.
In http://openboeddhisme.nl/minderjarigen-niet-beschermd/ van woensdag 28 mei (waarin ook meer misbruik wordt gemeld) reageert Aad Verboom hier op:
"Verboom noemt Franssens beweringen over seksueel misbruik nu 'te vaag' om te kunnen reageren: 'Wat ik kan zeggen is dat ik het niet wist. Ik weet het pas zeker sinds oktober vorig jaar. Toen heb ik het van iemand persoonlijk gehoord en hem daarbij de ogen gekeken. Dat was voor mij het kantelpunt. Voor die tijd waren er geruchten, dat weet ik ook wel, maar hoe moet je dat op waarheid schatten?' Verboom geeft toe dat hij Mettavahari in 1981 wel steunde: 'Maar dat was niet formeel, ik zat niet in het bestuur. Het kwam omdat ik dacht dat het verhaal een gerucht was. Ik heb toen geen invloed gehad, maar ik heb wel mijn persoonlijke mening gegeven. "
Een zwak verweer: natuurlijk had Aad invloed, en kende hij als boeddholoog de Vinaya. Dat 'sinds oktober vorig jaar' is niet goed te verenigen met het gemelde gesprek in 1991 à 1995 met Mettavihari (zie onder). Lees ook dit en dit NOS-artikel van 28 mei.
Een vervolgvraag is of de mediterenden in Groningen (de volgende verblijfsplaats in Nederland van Mettavihari maar al vanaf 1980 in weekenden) van de echte gang van zaken in Waalwijk op de hoogte zijn gesteld? Immers: daar is een belangrijk deel van de huidige leraren (deel van 'de zes' en deel van 'de zeven') leerling geworden. Johan Tinge (een van 'de zes') hierover in de NRC van 26 mei 2015:
"Tinge hoorde eind jaren tachtig voor het eerst geruchten over zijn leermeester. Rond 1995 sprak hij hem erop aan. „Mettavihari bekende en zei dat hij ermee gestopt was”, zegt Tinge. „Ik had de indruk dat het om eenmalige dingen ging, die al een tijd geleden waren gebeurd. Hij zei dat hij gestopt was en ik had niet de indruk dat er grote trauma’s bij de slachtoffers waren. Er was ook niemand bij wie je terechtkon. Ik heb het een tijd geparkeerd.” Na Mettavihari’s dood bracht hij het onderwerp ter sprake in de raad van veertien leraren die de leider had benoemd. "
De omvang, het aantal slachtoffers en de trauma's, bleek pas later, zo zeggen deze leraren.
Tinge is over het verspreiden van zijn kennis niet zo duidelijk. Ik denk dat 'de veertien' (bijna) allemaal vanaf een moment ergens in de tachtiger jaren weet hadden van het misbruik door Mettavihari, in Waalwijk, in Groningen en mogelijk ook in andere plaatsen waar hij kwam, Tilburg en Amsterdam bv.
======================================================================
'Midden negentiger jaren '
In 'Gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de publicatie in het boeddhistisch dagblad van 6 mei 2015 opgesteld door 'de zeven' (leraren/Mettavihari-leerlingen) zeggen deze: " Wij wijzen er verder op dat onze leraar begin jaren ’90 zijn fouten erkend en zijn leven gebeterd heeft."
In de 'Nieuwsbrief mei 2015' van Dhammadipa is het tijdstip iets verschoven: "Na hierop aangesproken te zijn heeft hij in 1995 zijn fouten erkend en zijn gedrag verbeterd."
Wanneer heeft Mettavihari nu eigenlijk 'zijn leven gebeterd' c.q. 'zijn gedrag verbeterd' ?
Over dit gesprek begin of midden jaren negentig heb ik een aantal vragen:
* Wie namen er aan deel?
* Door wie afgevaardigd?
* Wat is Mettavihari precies gezegd en op welke wijze heeft hij het erkennen van zijn fouten geformuleerd?
* Is er nog iets in de richting van sancties of voorwaarden geformuleerd? (bv altijd een derde persoon aanwezig bij een interview mediterende-Mettavihari in een retraite?)
* Is stilzwijgen over het bestaan en de inhoud van dit gesprek afgesproken?
* Is in dit gesprek aan gerefereerd aan de voor monniken van kracht zijnde Vinaya, ook wat betreft procedures, sancties en bevoegdheden?
Kortom: Is er een door de aanwezigen goedgekeurd verslag van dit gesprek ?
Wat mij verbaast, (met de kennis van nu !), over de periode tussen 1995 en 2014, is dit:
Wetend van het moreel verwerpelijke gedrag van Mettavihari, en dus wetend dat hij bepaald geen 'stroombetreder' of hoger was, (en zelfs geen monnik meer had horen te zijn),
waarom zijn de (14) Mettavihari-leerlingen/leraren sindsdien niet bescheidener geweest in het aanduiden van hun leraar? Waarom zijn ze hem zo sterk op een voetstuk blijven plaatsen? Zoals bv blijkt uit de websites van Dhammadipa, Sanghametta, die van een aantal individuele leraren; en het halfslachtig ('under construction') in de lucht brengen van hun website met als subtitel 'Mettavihari Heritage Sangha '? Want dit op een voetstuk plaatsen heeft het problematische van de situatie versterkt en zal de verwerking van de crisis bemoeilijken.
======================================================================
'Midden tiener jaren (nu) '
Stand van zaken: een aanzwellende publiciteit die nog wel even door zal gaan, een (eenmalig) standpunt van 'de zes', een (eenmalig) standpunt van 'de zeven' en het zwijgen van en waarschijnlijk de verwarring binnen het SIM-bestuur ten gevolge van een teveel aan diverse loyaliteiten.
Dat brengt me op de aanduiding 'de verbrokkeldheid ' in de kop van dit artikel: niemand is in staat op dit moment als woordvoerder namens iedereen op te treden.
Niet over de gewenste duidelijkheid bij wie of welke instantie slachtoffers van Mettavihari zich kunnen melden (een soort commissie Deetman).
Niet over de vragen van de media.
Niet over de vragen van de mediterende en niet mediterende (Theravada-)boeddhisten.
Het laatste punt, anders geformuleerd: Wie kan nu de regie gaan voeren?
Niet alleen wat betreft bovenstaande vragen maar ook in het m.i. noodzakelijke proces van het weer gezond maken van de vipassana-gemeenschap.
De leraren van 'de zes' hebben wat mij betreft het voordeel van de twijfel; zij hebben het zwijgen laat doorbroken maar ze hebben het wel doorbroken. 'De zes' vormen echter geen organisatie, zij zijn voor zo ver ik weet - dat ook niet van plan zoals 'de zeven' dat wel zijn.
Op zich zou (het bestuur van) de SIM een logisch college zijn om de regie te voeren, maar een gecompliceerd verleden met Mettavihari en met 'de zes' en 'de zeven' maken dit moeilijk. Wellicht moet de SIM aangevuld worden met een of twee ongebonden bestuursleden teneinde een regie-functie mogelijk te maken.
Misschien moeten we anders iemand uit een buitenlands centrum vragen wat er met de huidige brokstukken gedaan kan worden? iemand uit Engeland bijvoorbeeld (ik heb geen naam in gedachten).
Of misschien moet de latente crisis in de vipassana-gemeenschap eerst nog dieper en manifester worden? Neutraler gezegd: nog een paar jaar de verbrokkeldheid continueren waarin iedere leraar/sangha zijn/haar ding doet; omdat er helemaal geen 'vipassana-gemeenschap' is?
Het is ongetwijfeld nuttig dat nu codes, ethische commissies en vertrouwenspersonen veel aandacht krijgen. Maar dit is tegelijk 'een vlucht naar voren'. Het boek van het verleden, Mettavihari in de zeventiger, de tachtiger en mogelijk ook de negentiger jaren, kan niet dichtgeslagen worden. Dit betreft ook het gedrag van sommige van zijn leerlingen.
Met dit moeilijk draaglijke feit moeten wij - leerlingen van de leerlingen - leven. Zowel degenen onder ons die strikt de vipassana-opvatting van Mettavihari zijn blijven volgen als voor degenen die andere vormen van beoefening naast deze vipassana de voorkeur hebben gegeven.
Update 31 mei
Er is elke dag welke een nieuwe ontwikkeling, ik zou wel aan de gang kunnen blijven.
Voor twee maak ik een uitzondering; Aad Verboom zegt in het BD van vandaag :
'... En of het aanzien van het boeddhisme is geschaad? Over een paar maanden wordt er niet meer over deze kwesties gesproken. Het boeddhisme kan wel een stootje hebben.'
Ik denk dat Aad zich met de (in zijn perceptie) optimistische gedachte dat er over een paar maanden niet meer over deze kwesties wordt gesproken, ernstig vergist.
Verder wordt duidelijk dat het beleid t.a.v. de vipassana niet alleen aan de leraren moet worden overgelaten; is bv Henk Barendregt - destijds voorzitter in Waalwijk - de meest geëigende persoon om nu met Thaise autoriteiten (blijkens informatie van Aad in ditzelfde artikel) te praten?
En het aanzien van het boeddhisme, althans van de vipassana-meditatie, is wel degelijk geschaad.
Hopelijk wordt die vipassana weer boeddhistisch: niet het Eénvoudige maar het Achtvoudige Pad, te beginnen met de ethiek (sila). Zoals Hans van Willenwaard (ook een vroege leerling van Mettavihari maar een die vroeg afstand van hem genomen heeft) het een paar dagen geleden schreef: "... [de] discussie over de vraag of ethiek voortkomt uit de meditatie of dat je voor de meditatie jezelf en anderen met een sterke ethiek moet beschermen. Mettaviharee nam het standpunt in dat vanuit de meditatie alle goeds vanzelf voort zou komen en zolang je nog niet zover was je kon doen wat je wilde. Hij meende ook dat je je, op een gegeven moment, kon onthechten van verantwoordelijkheid omdat die pas echt zou verschijnen als je genoeg mediteerde. Deze morele anarchie, hoe leerzaam ook tot op een punt, is nu wel gebleken gevaarlijk te zijn."
Update 2 juni
Elke dag opnieuw is er nieuws. Een aantal keer in het BoeddhistischDagblad. En nu groot nieuws in OpenBoeddhisme: 'Henk Barendregt geeft zijn rol onjuist en onvolledig weer '
Een onthullend en onthutsend verhaal. Mijn enige commentaar op dit moment:
Eerst moeten Henk Barendregt, Aad Verboom en de andere van 'de zeven' leraren met een standpunt komen. Voor zover 'de zeven' als groep nog bestaat, voor drie van hen verwijs ik naar de 'Sangha Metta Nieuwsflits Mettavihari ' ; Aad en Henk hebben ook aan hen wel iets uit te leggen, en aan ons dus.
En het bestuur van de SIM moet langzamerhand ook maar eens met een positiebepaling komen, en dan niet over vertrouwenspersonen en ethische commissies.
======================================================================
Bijlage
"Major Rule Groups of the Patimokkha
a) The Four Paaraajika — The Defeaters
The new bhikkhu is told about the Paaraajika Offences immediately after ordination, so he fully knows that they are the most serious of all the offences and that the consequences of transgressing them causes him to be no longer a bhikkhu. The nature of the act that breaks any of these four Paaraajika rules clearly reveals that the bhikkhu is no longer interested in developing the subtle and refined way of Dhamma. The alternative of voluntarily disrobing is always available if he feels he can no longer keep the Rule and this is considered a much better way to handle this sort of overwhelming desire.
A monk automatically falls from being a bhikkhu by committing any of these four offences of defeat: sexual-intercourse, murder, major-theft, or falsely claiming supernormal abilities.
A bhikkhu who falls into any of these four Defeater offences thereby severs himself irrevocably from the bhikkhu community and is no longer considered a bhikkhu. The text portrays it with some vivid similes showing their irreparable nature: as 'a man with his head cut off'; as 'a withered leaf fallen from its stem'; as 'a palm tree cut down'; as 'a broken stone.' For while all the other offences can be remedied, these four are terminal."
Bron: The Bhikkhus' Rules - A Guide for Laypeople door Bhikkhu Ariyesako. Onderstreping door mij (Joop R)
Voor de volledige Vinaya: zie The Buddhist Monastic Code II: The Khandhaka Rules en
The Buddhist Monastic Code I: The Patimokkha Training Rules .
Hieruit: "The term sexual intercourse refers to all kinds of sexual intercourse involving genitals (literally, the “urine path” (pass›va-magga)—i.e., a woman’s vagina or a man’s penis); the anus (vacca-magga); or the mouth (mukha). The
Vibhaºga summarizes the various possible combinations of these orifices, and concludes that all of them—except for mouth-to-mouth penetration, which is treated under Derived Offenses, below—fulfill the factor of effort here."
Opmerking: het minderjarig of meerderjarig zijn van de persoon waarmee een monnik geslachtsgemeenschap heeft, speelt (zover ik heb kunnen nagaan) geen rol in de Vinaya. Wel in het Nederlandse strafrecht waarbij tot begin 1988 de meerderjarigheid bij het 21e jaar begon, daarna vanaf het 18e jaar.
woensdag 6 mei 2015
Vipassana-leraren: ‘Mettavihari pleegde seksueel wangedrag met leerlingen ’. Vandaag in het BoeddhistischDagblad
Update 7 mei
Als update slechts de constatering dat de redactie van het BoeddhistischDagblad de kop van het betreffende artikel, door mij letterlijk overgenomen, heeft gewijzigd. Het heet nu:
"Vipassana-leraren: ‘Mettavihari pleegde grensoverschrijdend seksueel gedrag met leerlingen’".
Ik denk dat 'de acht' leraren die de verklaring niet hebben willen ondertekenen, nu toch van zich hebben laten horen, namelijk door de redactie te vragen er een meer milde kop boven te zetten.
Echter: 'grensoverschrijdend seksueel gedrag' is m.i. verslechtering van 'seksueel wangedrag'
Update 8 mei
De hoofdredacteur van het BD heeft me geschreven nog geen reactie van 'de andere acht' vipassana-leraren te hebben ontvangen. De wijzigingen in de kop en de eerste alinea's van het artikel betroffen zijn interpretatie van de tekst van 'de zes', die begint met een aanhalingsteken.
Dat was een eigen interpretatie van de redactie op basis van de tekst, die begint na de twee eerste alinea’s met een enkel aanhalingsteken- van de zes leraren. Zelf zou ik het onderscheid tussen feiten (en citaten zijn ook feiten) en interpretatie scherper gemaakt hebben.
Ondertussen blijven we hopen dat ook 'de andere acht' leraren van zich laten horen, ik denk dat ze zich langzaam wel gaan realiseren dat de geest nu eenmaal uit de fles is, hoe moeilijk het ook is dat te zien over hun bewonderde leraar Mettavihari. En dat ze zich gaan realiseren dat de slachtoffers van het seksueel wangedrag van Mettavihari niet geholpen zijn met verder zwijgen.
Update 10 mei
Inmiddels hebben de andere zeven leraren (zonder Adi) een reactie gegeven: zie BD van 9 mei
In afwachting van meer informatie over wat er de afgelopen dertig jaar gebeurd is, wil ik er nu alleen van zeggen: volstrekt inadequaat. Deze zeven zijn niet de eerstgeroepenen om met oplossingen te komen, hun rol in het probleem is daarvoor te onduidelijk. Die van de Thaise ambassade (die Mettavihari naar Nederland heeft gehaald) trouwens ook
=====================================================================
"Zes Nederlandse vipassana-leraren verwijten hun in 2007 overleden Thaise meditatieleraar Mettavihari van grensoverschrijdend seksueel gedrag met mannelijke leerlingen. Het wangedrag kwam volgens deze leraren al in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw aan het licht, maar een onderzoek in het najaar van 2014 door twee van de zes leraren wees uit dat de omvang groter is dan werd gedacht en dat mensen hier schade van ondervinden. Daarop is besloten het gedrag van Mettavihari in de openbaarheid te brengen.
Met deze bekendmaking zeggen de vipassana-leraren- Ank Schravendeel, Frits Koster, Johan Tinge, Marije Geurts, Dingeman Boot en Joost van den Heuvel Rijnders, dat ze dit gedrag verwerpen en achter de slachtoffers van Mettavihari staan."
Bron: BoeddhistischDagblad van 6 mei, waarin verder een nadere toelichting wordt gegeven en telefoonnummers opgenomen zijn.
Zodra er meer nieuws is over deze verklaring - en dat er meer komt, is zeker - geef ik een update in deze blog.
Nu wil ik alleen verklaren, blij te zijn dat deze zes openlijk hebben gesproken. Ik hoop dat naast het SIM-bestuur vooral ook de andere (acht) leraren - ook Mettavihari-leerling - van zich laten horen. Dit betreft Jotika Hermsen, Henk van Voorst, Peter Baert, Henk Barendrecht, Paul Boersma, Marjo Oosterhoff, Aad Verboom en Adi Ichsan.
Dat er in steeds bredere kring over het seksuele wangedrag van Mettavihari werd gesproken, maar nog steeds niet in de echte openbaarheid, was me al langer duidelijk. Ze bv m'n blog van 12 april over (onder andere) het 'onjuiste zwijgen' . Het eerste begin van het doorbreken van die stilte is nu gemaakt.
Als update slechts de constatering dat de redactie van het BoeddhistischDagblad de kop van het betreffende artikel, door mij letterlijk overgenomen, heeft gewijzigd. Het heet nu:
"Vipassana-leraren: ‘Mettavihari pleegde grensoverschrijdend seksueel gedrag met leerlingen’".
Ik denk dat 'de acht' leraren die de verklaring niet hebben willen ondertekenen, nu toch van zich hebben laten horen, namelijk door de redactie te vragen er een meer milde kop boven te zetten.
Echter: 'grensoverschrijdend seksueel gedrag' is m.i. verslechtering van 'seksueel wangedrag'
Update 8 mei
De hoofdredacteur van het BD heeft me geschreven nog geen reactie van 'de andere acht' vipassana-leraren te hebben ontvangen. De wijzigingen in de kop en de eerste alinea's van het artikel betroffen zijn interpretatie van de tekst van 'de zes', die begint met een aanhalingsteken.
Dat was een eigen interpretatie van de redactie op basis van de tekst, die begint na de twee eerste alinea’s met een enkel aanhalingsteken- van de zes leraren. Zelf zou ik het onderscheid tussen feiten (en citaten zijn ook feiten) en interpretatie scherper gemaakt hebben.
Ondertussen blijven we hopen dat ook 'de andere acht' leraren van zich laten horen, ik denk dat ze zich langzaam wel gaan realiseren dat de geest nu eenmaal uit de fles is, hoe moeilijk het ook is dat te zien over hun bewonderde leraar Mettavihari. En dat ze zich gaan realiseren dat de slachtoffers van het seksueel wangedrag van Mettavihari niet geholpen zijn met verder zwijgen.
Update 10 mei
Inmiddels hebben de andere zeven leraren (zonder Adi) een reactie gegeven: zie BD van 9 mei
In afwachting van meer informatie over wat er de afgelopen dertig jaar gebeurd is, wil ik er nu alleen van zeggen: volstrekt inadequaat. Deze zeven zijn niet de eerstgeroepenen om met oplossingen te komen, hun rol in het probleem is daarvoor te onduidelijk. Die van de Thaise ambassade (die Mettavihari naar Nederland heeft gehaald) trouwens ook
=====================================================================
"Zes Nederlandse vipassana-leraren verwijten hun in 2007 overleden Thaise meditatieleraar Mettavihari van grensoverschrijdend seksueel gedrag met mannelijke leerlingen. Het wangedrag kwam volgens deze leraren al in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw aan het licht, maar een onderzoek in het najaar van 2014 door twee van de zes leraren wees uit dat de omvang groter is dan werd gedacht en dat mensen hier schade van ondervinden. Daarop is besloten het gedrag van Mettavihari in de openbaarheid te brengen.
Met deze bekendmaking zeggen de vipassana-leraren- Ank Schravendeel, Frits Koster, Johan Tinge, Marije Geurts, Dingeman Boot en Joost van den Heuvel Rijnders, dat ze dit gedrag verwerpen en achter de slachtoffers van Mettavihari staan."
Bron: BoeddhistischDagblad van 6 mei, waarin verder een nadere toelichting wordt gegeven en telefoonnummers opgenomen zijn.
Zodra er meer nieuws is over deze verklaring - en dat er meer komt, is zeker - geef ik een update in deze blog.
Nu wil ik alleen verklaren, blij te zijn dat deze zes openlijk hebben gesproken. Ik hoop dat naast het SIM-bestuur vooral ook de andere (acht) leraren - ook Mettavihari-leerling - van zich laten horen. Dit betreft Jotika Hermsen, Henk van Voorst, Peter Baert, Henk Barendrecht, Paul Boersma, Marjo Oosterhoff, Aad Verboom en Adi Ichsan.
Dat er in steeds bredere kring over het seksuele wangedrag van Mettavihari werd gesproken, maar nog steeds niet in de echte openbaarheid, was me al langer duidelijk. Ze bv m'n blog van 12 april over (onder andere) het 'onjuiste zwijgen' . Het eerste begin van het doorbreken van die stilte is nu gemaakt.
donderdag 1 januari 2015
Gastschrijvers nu ook welkom in dit Boeddhisme Blog
Ik hoor wel eens van mensen dat ze ook wel een blog willen beginnen. Dat moedig ik aan want er zijn maar weinig bloggende boeddhisten, pluriformiteit is van belang en de boeddhistische journalistiek stelt steeds minder voor.
Men ziet soms op tegen de techniek van het opstarten of tegen de lege pagina van een nieuw blog. Toch is een blog starten eigenlijk heel makkelijk, met name www.blogger.com tenminste. 'Wordpress' is gecompliceerder, heb ik begrepen, maar heeft meer mogelijkheden.
Hoe dan ook: ik wil de drempel voor beginnende bloggers of meer incidentele schrijvers verlagen door mijn blog open te stellen voor gastschrijvers.
Wie interesse of een tekst heeft, kan me mailen: jwromeijn@hotmail.com
Ik verander niets aan ingebrachte artikelen; edit een gemailde tekst licht en plaats het;
voeg alleen 'labels' toe, en misschien soms een reactie-opmerking.
En ik stel maar twee voorwaarden en een beperking
* Een zachte voorwaarde dat een tekst wel met het boeddhisme te maken moet hebben;
* Een harde voorwaarde dat de schrijver niet via deze blog geld probeert te verdienen;
* De beperking dat meer dan 5.000 woorden of veel plaatjes of
veel bijdragen achter elkaar wel wat overleg vraagt.
Verder niets: het mag subjectief zijn, het mag scherp zijn en het mag moeilijk zijn.
Ik ben benieuwd.
Update 12 januari
Toevoeging naar aanleiding van een mail die ik kreeg:
Daarbij ga ik er van uit dat de tekst al de vorm van een artikel heeft, en ik hecht ook aan bronvermelding.
Men ziet soms op tegen de techniek van het opstarten of tegen de lege pagina van een nieuw blog. Toch is een blog starten eigenlijk heel makkelijk, met name www.blogger.com tenminste. 'Wordpress' is gecompliceerder, heb ik begrepen, maar heeft meer mogelijkheden.
Hoe dan ook: ik wil de drempel voor beginnende bloggers of meer incidentele schrijvers verlagen door mijn blog open te stellen voor gastschrijvers.
Wie interesse of een tekst heeft, kan me mailen: jwromeijn@hotmail.com
Ik verander niets aan ingebrachte artikelen; edit een gemailde tekst licht en plaats het;
voeg alleen 'labels' toe, en misschien soms een reactie-opmerking.
En ik stel maar twee voorwaarden en een beperking
* Een zachte voorwaarde dat een tekst wel met het boeddhisme te maken moet hebben;
* Een harde voorwaarde dat de schrijver niet via deze blog geld probeert te verdienen;
* De beperking dat meer dan 5.000 woorden of veel plaatjes of
veel bijdragen achter elkaar wel wat overleg vraagt.
Verder niets: het mag subjectief zijn, het mag scherp zijn en het mag moeilijk zijn.
Ik ben benieuwd.
Update 12 januari
Toevoeging naar aanleiding van een mail die ik kreeg:
Daarbij ga ik er van uit dat de tekst al de vorm van een artikel heeft, en ik hecht ook aan bronvermelding.
donderdag 11 december 2014
Rapport van de BUN-werkgroep ongeorganiseerden - En een persoonlijk bericht
Een persoonlijk bericht en het verslag van de BUN-werkgroep over de wijze van betrekken van ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN
Eerst dat persoonlijke bericht
Omdat ik links en rechts heb meegedeeld dat ik afgelopen maandag werd geopereerd, nu het nieuws dat die operatie gelukt lijkt te zijn. Ik ben weer terug, m'n fysieke conditie is nog niet honderd procent maar m'n mentale, m'n scherpte dus, al wel.
========================================================================
Dan het BUN-rapport
Gezien m'n grote betrokkenheid, al een jaar of zes, bij dit thema, heb ik het BUN-bestuur om een exemplaar gevraagd, zowel voor de ledenvergadering van 22 november als er na.
Ik kreeg het 8 december van BUN-voorzitter Michael Ritman, op zich al een hele vooruitgang na het spastische zwijgen de afgelopen jaren.
Het probleem begint meteen al met de titel van de werkgroep, hun opdracht die de werkgroep van het bestuur had gehad en de samenstelling van de werkgroep.
1. De titel van de werkgroep was aanvankelijk 'Werkgronden ongebonden boeddhisten'. Nu heeft hij geen naam meer ("Werkgroep die zich bezig houdt met de vraag naar de betrokkenheid bij de BUN van individuele boeddhisten)".
2. De opdracht staat in paragraaf 1 van het rapport, de gewijzigde opdracht in paragraaf 5.
In de brainstormdiscussie bleef hier niets van over, ik citeer uit het verslag:
"H3a Wat wil en kan de BUN betekenen voor individuele boeddhisten?
De ongeorganiseerde boeddhist - de oorspronkelijke opdracht - is dus volledig weggeschreven! Vooral de laatste twee punten zijn denigrerend.
3. Dan de samenstelling. Eerst zaten er vier mensen in, voortgekomen uit de ledenvergadering van de BUN uit 2013. Uit het eindrapport blijkt dat er later twee bestuursleden bij zijn gekomen. Het is misschien voor boeddhisten de gewoonste zaak van de wereld maar deze uitbreiding van een werkgroep die aan het bestuur moet adviseren vind ik op basis van mijn bestuurservaringen onjuist. Correct zou zijn geweest dat het rapport van de (oorspronkelijke) werkgroep met commentaar van het bestuur aan de Ledenvergadering was voorgelegd.
Ritman schrijft in z'n aanbiedingsmail aan mij dat het een intern document betreft maar zeker geen geheim stuk is. Ook dat is een vooruitgang. Ik heb op basis van m'n eigen morele afweging besloten dat ik het mag, ja moet publiceren. Transparantie en openheid (tenzij ...) moet de regel zijn.
De ledenvergadering heeft de middag van de 22e gebrainstormd over de voorstellen van de werkgroep. De gesprekken waren open, levendig en constructief. Er bestaat veel animo om de BUN te vernieuwen en meer naar buiten te richten. Daar gaan we gericht mee aan de slag. (let wel dit is een iets ingekort citaat).
Tenslotte vroeg hij me dat, als ik nog vragen of ideeen had, dat hem te melden.
Dat ga ik doen.
Vooralsnog heb ik er twee
Update
In een mail aan Michael noemde ik er nog een paar:
• Ontwikkel, gericht op de ongeorganiseerde boeddhist, twee vormen van digitale sangha's:
- Bestaande of te starten huiskamergroepen worden op afstand (licht) begeleid door een lid van een sangha (wel meerdere, zodat er keus is).
- 'Echte' digitale sangha's waarbij er niet of nauwelijks sprake is van bij elkaar komen
Over beide vormen is er wel wat (Amerikaanse) literatuur. Zie, voeg ik weer aan die mail toe, het zeer recent verschenen 'Buddhism, the Internet and Digital Media: The Pixel in the Lotus' van Grieve en Veidlinger, ontdekt via Bodhitv. (Ik heb het nog niet gelezen en de BUN kan het zich niet veroorloven, zelfs de Kindle-versie van Amazon kost 100 euro.)
• Nog steeds is bij de BUN het model van betrekken van ongeorganiseerden mogelijk zoals dat wordt gehanteerd in Duitsland (een platform dat zichzelf binnen randvoorwaarden organiseert en recht heeft op een of twee zetels in de ALV)
Maar dit is wellicht inmiddels een lapmiddel, de identiteitscrisis van de BUN is te ver gevorderd om hier nog heil van te verwachten.
• Dat breng me tenslotte bij m'n ultieme advies aan de BUN dat ik al herhaaldelijk heb geuit:
hef je op en wacht met een open mind af of er leven is na deze dood.
Ik voeg hieronder het rapport toe. Zonder verder commentaar.
Wel erachter als curiositeit uit de oude doos een notitie van de voormalige BUN-voorzitter (een voormalige, na hem zijn er nog vier anderen geweest) Jan Willem Houthoff uit Herfst 2007.
Er is overigens ook een verslag van de brainstorm door de BUN-leden op 22 november gevoerd. Daar heeft het Boeddhistisch Dagblad al over geschreven; ik heb me hier tot het citeren van één passage beperkt.
===============================================================
Een kwestie van betrokkenheid
==================================================================
"OMZIEN IN VERWONDERING - terugblik op vier jaar BUN – Jan Willem Houthoff
Bron: NIEUWSBRIEF
Boeddhistische Unie Nederland
Herfst 2007
Eerst dat persoonlijke bericht
Omdat ik links en rechts heb meegedeeld dat ik afgelopen maandag werd geopereerd, nu het nieuws dat die operatie gelukt lijkt te zijn. Ik ben weer terug, m'n fysieke conditie is nog niet honderd procent maar m'n mentale, m'n scherpte dus, al wel.
========================================================================
Dan het BUN-rapport
Gezien m'n grote betrokkenheid, al een jaar of zes, bij dit thema, heb ik het BUN-bestuur om een exemplaar gevraagd, zowel voor de ledenvergadering van 22 november als er na.
Ik kreeg het 8 december van BUN-voorzitter Michael Ritman, op zich al een hele vooruitgang na het spastische zwijgen de afgelopen jaren.
Het probleem begint meteen al met de titel van de werkgroep, hun opdracht die de werkgroep van het bestuur had gehad en de samenstelling van de werkgroep.
1. De titel van de werkgroep was aanvankelijk 'Werkgronden ongebonden boeddhisten'. Nu heeft hij geen naam meer ("Werkgroep die zich bezig houdt met de vraag naar de betrokkenheid bij de BUN van individuele boeddhisten)".
2. De opdracht staat in paragraaf 1 van het rapport, de gewijzigde opdracht in paragraaf 5.
In de brainstormdiscussie bleef hier niets van over, ik citeer uit het verslag:
"H3a Wat wil en kan de BUN betekenen voor individuele boeddhisten?
* Als individuele Boeddhisten zich willen organiseren, dan is dat een mogelijkheid voor deelname.
* Geïnteresseerden de weg naar de sangha’s bieden (bv ook na mindfulness-cursus)
* De opleiding aan de VU/ BZI
* Informatie op website is voor iedereen
* De kennis/ boodschap van het boeddhisme overbrengen
* Wat betreft de vraag naar individuele boeddhisten, vallen we toch weer terug op de term
‘ongeorganiseerden’. Het gaat hier om mensen, die al boeddhist zijn (wat die term ook moge
betekenen). Ze weten dus de weg.
* Veel belangrijker vinden we echter de groep die interesse heeft in het boeddhisme en zich wil
aansluiten bij een van de bestaande sangha’s. "
De ongeorganiseerde boeddhist - de oorspronkelijke opdracht - is dus volledig weggeschreven! Vooral de laatste twee punten zijn denigrerend.
3. Dan de samenstelling. Eerst zaten er vier mensen in, voortgekomen uit de ledenvergadering van de BUN uit 2013. Uit het eindrapport blijkt dat er later twee bestuursleden bij zijn gekomen. Het is misschien voor boeddhisten de gewoonste zaak van de wereld maar deze uitbreiding van een werkgroep die aan het bestuur moet adviseren vind ik op basis van mijn bestuurservaringen onjuist. Correct zou zijn geweest dat het rapport van de (oorspronkelijke) werkgroep met commentaar van het bestuur aan de Ledenvergadering was voorgelegd.
Ritman schrijft in z'n aanbiedingsmail aan mij dat het een intern document betreft maar zeker geen geheim stuk is. Ook dat is een vooruitgang. Ik heb op basis van m'n eigen morele afweging besloten dat ik het mag, ja moet publiceren. Transparantie en openheid (tenzij ...) moet de regel zijn.
De ledenvergadering heeft de middag van de 22e gebrainstormd over de voorstellen van de werkgroep. De gesprekken waren open, levendig en constructief. Er bestaat veel animo om de BUN te vernieuwen en meer naar buiten te richten. Daar gaan we gericht mee aan de slag. (let wel dit is een iets ingekort citaat).
Tenslotte vroeg hij me dat, als ik nog vragen of ideeen had, dat hem te melden.
Dat ga ik doen.
Vooralsnog heb ik er twee
- Ik adviseer het BUN-bestuur om mijn voorstel over de toekomst van de BUN, opgenomen in mijn blog van 25 augustus , over te nemen.
- Ik adviseer het BUN-bestuur om alsnog excuses aan te bieden aan het CvdM (Commissariaat voor de Media) voor het feit dat de BUN in 2009 mee is gegaan met de claim van de BOS als zouden er 900.000 boeddhisten in Nederland zijn. En eerst te onderkennen dat de BUN daar destijds en bij he bezwaarschrift in 2010 echt in mee is gegaan. Dit los van de huidige rechtszaak, maar als morele zaak.
Update
In een mail aan Michael noemde ik er nog een paar:
• Ontwikkel, gericht op de ongeorganiseerde boeddhist, twee vormen van digitale sangha's:
- Bestaande of te starten huiskamergroepen worden op afstand (licht) begeleid door een lid van een sangha (wel meerdere, zodat er keus is).
- 'Echte' digitale sangha's waarbij er niet of nauwelijks sprake is van bij elkaar komen
Over beide vormen is er wel wat (Amerikaanse) literatuur. Zie, voeg ik weer aan die mail toe, het zeer recent verschenen 'Buddhism, the Internet and Digital Media: The Pixel in the Lotus' van Grieve en Veidlinger, ontdekt via Bodhitv. (Ik heb het nog niet gelezen en de BUN kan het zich niet veroorloven, zelfs de Kindle-versie van Amazon kost 100 euro.)
• Nog steeds is bij de BUN het model van betrekken van ongeorganiseerden mogelijk zoals dat wordt gehanteerd in Duitsland (een platform dat zichzelf binnen randvoorwaarden organiseert en recht heeft op een of twee zetels in de ALV)
Maar dit is wellicht inmiddels een lapmiddel, de identiteitscrisis van de BUN is te ver gevorderd om hier nog heil van te verwachten.
• Dat breng me tenslotte bij m'n ultieme advies aan de BUN dat ik al herhaaldelijk heb geuit:
hef je op en wacht met een open mind af of er leven is na deze dood.
Einde update
Ik voeg hieronder het rapport toe. Zonder verder commentaar.
Wel erachter als curiositeit uit de oude doos een notitie van de voormalige BUN-voorzitter (een voormalige, na hem zijn er nog vier anderen geweest) Jan Willem Houthoff uit Herfst 2007.
Er is overigens ook een verslag van de brainstorm door de BUN-leden op 22 november gevoerd. Daar heeft het Boeddhistisch Dagblad al over geschreven; ik heb me hier tot het citeren van één passage beperkt.
===============================================================
Een kwestie van betrokkenheid
Verslag van de bevindingen van de werkgroep die zich bezig houdt met de vraag naar de
betrokkenheid bij de BUN van individuele boeddhisten.
Amsterdam, 8 oktober 2014
Inhoud
1. Opdracht 3
2. Probleemanalyse 3
3. Bevindingen van de werkgroep 6
4. Omgaan met kritiek 8
5. Aanbeveling 8
6. Voorstel werkgroep 9
7. Vraagstelling 9
Bijlage 1: Schema maatschappelijke omgeving BUN 10
Leden van de werkgroep:
Stijn Bunschoten (European Zen Center).
Henk Dolfing (Jewel Heart).
Olivier Provily (European Zen Center).
Michael Ritman (Rigpa)
Aad Verboom (Dhammadipa).
Paula de Wijs (Maitreya Instituut)
1. Opdracht
Het bestuur van de Boeddhistische Unie Nederland heeft de werkgroep de volgende opdracht
gegeven:
Moeten ongebonden boeddhisten in de Boeddhistische Unie vertegenwoordigd worden en
zo ja, waarom en op welke organisatorische manier?
Deze vraagstelling is geformuleerd aan de hand van één van de aanbevelingen van het rapport
Lotusbloem uit 2012:
Onderzoek hoe een platform gecreëerd kan worden voor personen die zich niet willen
laten vertegenwoordigen door één van de aangesloten leken-sangha’s, maar wel gehoord
willen worden door BUN-bestuur en ALV.
Het instellen van de werkgroep is daarom een logisch gevolg van de uitkomsten van het rapport
Lotusbloem.
2. Probleemanalyse
De werkgroep heeft geprobeerd de hiernavolgende vragen te beantwoorden ten aanzien van het
eventuele lidmaatschap van zogenaamde ongebonden boeddhisten.
1. Wat is de definitie van ‘ongebonden boeddhisten’?
- De werkgroep is er na gesprekken met individuele boeddhisten achter gekomen dat
niemand zich in de term ‘ongebonden boeddhisten’ herkent. Beter is het om te
spreken van ‘individuele boeddhisten’.
- Er zijn in het verleden al veel discussies geweest over de vraag ‘wat is een
boeddhist’. In het kader van de onderzoeksopdracht hanteert de werkgroep deze
brede definitie: ‘iemand die zichzelf als boeddhist ziet’ (noot 1). Dit kan dus iemand zijn die
zich bij een leraar en een organisatie heeft aangesloten, maar ook iemand die dat niet
gedaan heeft.
(noot 1) Dit sluit aan bij de definitie in het CBS-rapport van december 2013 ‘Het belang van religie voor sociale
samenhang’: ‘een persoon [die] zich rekent tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke
groepering’. Volgens dit rapport rekent 0,5% van de bevolking zich tot het boeddhisme. Dit komt overeen met 65.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder in 2012.
2. Wat zeggen de statuten over het lidmaatschap van individuele boeddhisten?
- De statuten voorzien niet in het lidmaatschap van individuele leden. Alleen
groeperingen of organisaties komen onder voorwaarden in aanmerking voor het
lidmaatschap.
3. Waarom is dit statutair zo bepaald?
- De BUN is opgericht door de eerste leden van de BUN. Dat waren bestaande
boeddhistische organisaties. In de geschiedenis van de BUN zijn er wel discussies
geweest over een individueel lidmaatschap, maar dat heeft niet geleid tot het instellen
daarvan. De werkgroep erkent dat individuele boeddhisten zich hierdoor mogelijk
buitengesloten voelen.
4. Wat zijn de argumenten, voor én tegen, indien individueel lidmaatschap wordt mogelijk
gemaakt?
a. Voor de leden van de BUN:
voor:
- Toegankelijkheid: BUN-leden komen sneller en makkelijker in contact met
individuele boeddhisten.
- Inspiratie: BUN-leden kunnen zich laten inspireren door individuele
boeddhisten met originele visies, maatschappelijke ervaring en specifieke
capaciteiten.
tegen:
- Verwarring: individuele boeddhisten die wél bij een organisatie zijn
aangesloten kunnen binnen de BUN beleidsmatig andere ideeën uiten dan
de vertegenwoordigers van de organisatie waarbij ze aangesloten zijn.
- Evenwichtigheid: wat is het gewicht van een individueel lid ten opzichte
van een organisatie die lid is.
b. Voor de individuele boeddhisten:
voor:
- Zichtbaarheid: Individuele boeddhisten zijn dan officieel vertegenwoordigd
in boeddhistische aangelegenheden in Nederland.
- Betrokkenheid: Individuele boeddhisten kunnen als lid hun betrokkenheid
tonen en zich betrokken voelen.
tegen:
- Individualiteit: Het kan zijn dat individuele boeddhisten zich niet door de
BUN willen laten vertegenwoordigen.
- Onafhankelijkheid: Individuele boeddhisten kunnen los van de BUN
makkelijker een individuele mening verkondigen en een onafhankelijk
geluid laten horen.
c. Voor de maatschappelijke partners:
voor:
- Representativiteit: De maatschappelijke partners overleggen dan met de
BUN als een bredere vertegenwoordiging van het boeddhisme in
Nederland.
tegen:
- Stabiliteit: de BUN is in een nieuwe opzet mogelijk minder stabiel, en
daardoor minder betrouwbaar als gesprekspartner voor maatschappelijke
partners.
d. Voor de BUN als bestuurlijke organisatie:
voor:
- Scherpte: meer kritische reflectie binnen de eigen organisatie.
- Betrokkenheid: de BUN kan profiteren van de betrokkenheid van
individuele boeddhisten.
- Dynamiek: de BUN kan als organisatie aan dynamiek winnen door de
inbreng van individuele leden.
tegen:
- Stabiliteit: te veel dynamiek kan ontwrichtend werken
- Overzichtelijkheid: de organisatie wordt complexer
5. Bij wie leeft de vraag of een lidmaatschap voor individuele boeddhisten mogelijk moet
worden gemaakt?
a. Bij de leden van de BUN:
- zie hoofdstuk 1: Opdracht. Deze vraag leeft bij de leden van de BUN, op
basis van de aanbeveling uit het rapport Lotusbloem, onder de noemer van
verbetering van representativiteit en imago.
b. Bij de individuele boeddhisten:
- Er zijn enkele individuele boeddhisten die zich in het verleden
buitengesloten en niet gehoord voelden door de BUN. Dit heeft geleid tot
veel kritiek van hun kant, wat niet bevorderlijk was voor het imago van de
BUN en aan de BUN gerelateerde organisaties (BOS en BZI).
- Er is verder niet onderzocht of de BUN iets kan betekenen voor individuele
boeddhisten. Later in dit rapport komen we in dit verband wel met een
aanbeveling.
c. Bij de maatschappelijke partners:
- De maatschappelijke partners hechten vooral aan stabiliteit, continuïteit en
rust. In dit verband ligt het niet voor de hand om aan de opzet van de BUN
te sleutelen.
d. Bij de BUN als bestuurlijke organisatie:
- Die behoefte is er in beperkte mate, maar wordt wel serieus onderzocht.
3. Bevindingen van de werkgroep
De werkgroep heeft diverse relevante stukken bestudeerd en veel onderlinge discussies gevoerd
over het onderwerp. Ook heeft de werkgroep zich laten informeren door relevante betrokkenen,
met als doel een compleet beeld te verkrijgen van de reikwijdte en complexiteit van de
probleemstelling. De werkgroep heeft zich ook laten informeren door het bestuur van de Duitse
Boeddhistische Unie.
1. De eerste vraag die de werkgroep zichzelf stelde was of het onderzoek zou gaan over de
vraag of en hoe individuele mensen lid kunnen worden van de BUN. In dat geval zou kunnen worden
gesproken van een technische en organisatorische kwestie, die technisch en organisatorisch
opgelost kan worden, via wijziging van de statuten. De tweede vraag die zich aandiende was of
de kwestie misschien toch complexer was dan gedacht. Dit heeft ook te maken met de
maatschappelijke omgeving van de BUN die steeds complexer wordt. (Zie Bijlage 1, voor een
vereenvoudigde, schematische weergave).
2. Naar aanleiding van het rapport Lotusbloem (2012) heeft de BUN een aantal veranderingen
doorgevoerd in haar eigen organisatie. Daardoor gaat veel nu relatief goed, maar er zijn ook
dingen die de BUN nog laat liggen en een voorbeeld daarvan is dat er nog niet goed en helder
gecommuniceerd wordt met mensen buiten de BUN die zichzelf als boeddhist zien, zonder dat ze
lid zijn van een boeddhistische organisatie.
3. De werkgroep is tot de constatering gekomen dat ‘ongebonden boeddhisten’ in werkelijkheid
niet bestaan. In de woorden van één van de werkgroepleden: ‘We hebben gezocht naar
ongebonden boeddhisten, maar we hebben ze niet kunnen vinden’. Er is wel sprake van een klein
aantal individuen dat zich kritisch opstelt ten opzichte van de BUN, maar die kritiek is niet altijd opbouwend en wordt in ieder geval vaak niet als zodanig ervaren. Bovendien is die kritiek deelsgericht op het verleden. De werkgroep is tot de conclusie gekomen dat het niet nuttig zou zijn nieuw beleid te formuleren om al dan niet aan deze kritiek een platform te bieden.
Wel bestaan er een heleboel – en steeds meer – mensen die zich aangetrokken voelen tot het
boeddhisme en daar ‘iets mee willen’. De BUN heeft, als vertegenwoordiger van boeddhistische
organisaties in Nederland een grote kans in te spelen op deze toegenomen belangstelling voor
het boeddhisme. Het zou jammer zijn als deze kans bleef liggen.
Er zijn veel mensen te vinden die (uitgesproken) ideeën hebben over de manier waarop het
boeddhisme zich in Nederland zou kunnen profileren en organiseren. De BUN zou meer gebruik
kunnen maken van deze vrij aangeboden kennis en ondersteuning. De vraag of mensen wel of
geen lid zijn van de BUN of van een sangha zou minder een rol hoeven te spelen.
4. Er is een geringe en enigszins obligate betrokkenheid van de eigen leden bij bestuurlijke
aangelegenheden te constateren. Bij de achterban van de leden lijkt de interesse in de BUN zo
mogelijk nog minder groot. Volgens de werkgroep zou de ALV zich deze geringe betrokkenheid
moeten aantrekken en haar kunnen beschouwen als een aanleiding om het eigen functioneren
tegen een continu kritisch daglicht te houden. Transparantie en de relatie met de buitenwereld zou
in een degelijke zelfanalyse ook een rol kunnen (en moeten) spelen. Uit diverse nota’s en notulen
blijkt wel dat zowel het bestuur als de leden van de BUN zich van deze problemen bewust zijn.
Maar hoe een en ander kan leiden tot constructieve verbetering van de communicatie van de
BUN is nog onduidelijk.
5. De werkgroep heeft zich vanuit diverse perspectieven over de opdracht gebogen en is dus
uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat de inhoud van de opdracht niet goed correspondeert met
de actuele, veranderlijke en levendige diversiteit van boeddhistisch Nederland anno 2014. De
BUN lijkt enigszins in zichzelf gekeerd en beperkt haar werkzaamheden tot bepaalde (enigszins
verzuilde) activiteiten, terwijl de samenleving zich in zeer snel tempo ontwikkelt in een
multireligieuze samenleving, waarin crossovers, onderlinge beïnvloeding en het ontstaan van
nieuwe grenzen en identiteiten aan de orde van de dag zijn. De werkgroep mist een betrokkenheid
en visie van de BUN op deze ontwikkelingen en op maatschappelijke kwesties in het algemeen.
Ze roept de ALV op over deze maatschappelijke betrokkenheid grondig van gedachten te
wisselen.
4. Omgaan met kritiek
Een tijd lang liep de relatie tussen de BUN en enkele kritische individuele boeddhisten bijzonder
moeizaam en in het verleden is het meermaals mis gegaan in de communicatie tussen deze
kritische volgers en de BUN. Er zijn volgens de werkgroep te weinig lessen getrokken uit deze
onvruchtbare relatie tussen de BUN en sommige critici. Dit heeft voor een belangrijk deel te
maken met het feit dat de communicatie van deze critici niet altijd opbouwend was, of in ieder
geval niet als zodanig ervaren werd. Toch toont volgens de werkgroep de moeizame relatie met
kritische niet-leden aan dat daar voor de BUN winst te halen valt; de BUN zou meer open en
transparant kunnen functioneren. De ALV heeft in 2009 bepaald dat er ‘geen reactie meer wordt
gegeven op vragen, stellingen, etc. van ongebonden boeddhisten die het beleid en/of de strategie
van de BUN aangaan, niet door het bestuur en niet door de leden’. De werkgroep zou graag zien
dat deze bepaling wordt ingetrokken. Wanneer de BUN op de relevante punten haar visie
verheldert kan er uit eigen kracht gecommuniceerd worden. Ze stelt ook vast dat er behalve deze
bepaling, momenteel geen duidelijkheid is over de manier hoe er wél met individuele boeddhisten
gecommuniceerd kan worden.
5. Aanbeveling
De oorspronkelijke onderzoeksvraag is volgens de werkgroep te eng. Volgens de werkgroep is
het nuttiger om de onderzoeksvraag en de probleemstelling te verbreden. Niet alleen moet niet
gekeken worden naar het creëren van een platform voor zogenaamde ongebonden boeddhisten,
maar vooral moet wel gekeken worden naar wat de BUN kan betekenen voor individuele
boeddhisten. Op deze manier wordt niet naar het verleden gekeken, maar naar de toekomst. De
onderzoeksvraag van de werkgroep luidt vanwege voortschrijdend inzicht als volgt:
Wat wil en kan de BUN betekenen voor individuen die zich boeddhist voelen?
6. Voorstel van de werkgroep
Gezien de reikwijdte en complexiteit van het onderwerp – die ook te maken heeft met een focus
op het verleden dan wel de toekomst en tevens met de mate van constructiviteit/positiviteit dan
wel destructiviteit/negativiteit – stelt de werkgroep voor om, op basis van de bevindingen van
haar onderzoek, een gedegen collectieve brainstorm te houden in de ALV. Beantwoording van
wezenlijke vragen aangaande de toekomst van de BUN kunnen alleen beantwoord worden door
de leden en niet door een werkgroep met een beperkte onderzoeksopdracht.
Door ideeën te genereren op basis van een aantal gerichte vragen kan een begin worden gemaakt
met het ontwikkelen van een toekomstvisie die wordt gedragen door een actieve ALV. Aan het
eind van dit verslag worden een aantal open vragen geformuleerd die in een dergelijke brainstorm
bestudeerd en beantwoord kunnen worden. Deze vragen zijn slechts richtinggevend; in een
brainstorm moet juist veel ruimte zijn voor relevante eigen inbreng van de leden. Alleen een
collectief gedragen visie binnen een democratisch kader biedt constructieve mogelijkheden en
perspectieven voor wat betreft de toekomst van de BUN.
7. Vraagstelling
De werkgroep stelt voor dat naar aanleiding van dit rapport de volgende vragen worden
voorgelegd aan de ALV, in de vorm van een brainstormsessie:
Vraag 1: Wat wil en kan de BUN betekenen, als samenwerkingsverband van
boeddhistische organisaties, voor haar leden?
Vraag 2: Wat wil en kan de BUN betekenen, als samenwerkingsverband van
boeddhistische organisaties, voor de samenleving?
Vraag 3: Wat wil en kan de BUN betekenen, voor individuen die zichzelf als boeddhist
zien en wat kunnen zij voor de BUN betekenen?
De manier waarop de brainstorm wordt ingevuld laten we graag over aan bestuur en ALV.
Uiteraard zijn we beschikbaar voor nadere toelichting en overleg.
Bijlage 1: Schema maatschappelijke omgeving BUN (hier niet bijgevoegd)
==================================================================
"OMZIEN IN VERWONDERING - terugblik op vier jaar BUN – Jan Willem Houthoff
Ruim een maand geleden heb ik toegezegd om een stukje te schrijven over mijn vier jaar als voorzitter van de BUN. Het leek me boeiend om uit de losse pols te vertellen hoe ik die vier jaar ervaren had. Maar op de een of andere manier kwam het er niet van om het op papier te krijgen. Ik ben er een paar keer aan begonnen, maar het wilde niet. Waarom niet? Omdat ik me niet wilde laten afleiden van mijn beoefening en mijn huidige activiteiten? Ik weet het niet precies. Zoveel werk is het per slot niet om een stukje te schrijven. Tenslotte heb ik mezelf de afgelopen dagen toegesproken en alsnog het stukje geschreven wat nu volgt.
Wat je ook doet in je leven, je loopt altijd tegen jezelf aan. Dat is precies wat er ook de afgelopen vier jaar is gebeurd. Ik heb de neiging om plannen te maken en mezelf doelen te stellen. Dat heb ik ook gedaan toen ik voorzitter van de BUN werd. Vier jaar geleden heb ik een soort bedrijfsplan opgesteld, een visie op ontwikkelingsmogelijk-heden van de BUN, op de beperkingen, en op ... (Hier is vermoelijk een zinsdeel weggevallen)
Ik heb dat op papier gezet toen ik een week op de Noorderpoort in Wapserveen verbleef.
En wat is er van dat plan terecht gekomen? Niet veel! De klip waar ik tegenaan liep is de klip waar al mijn voorgangers ook tegenaan zijn gelopen: het gebrek aan participatie. Als je plannen maakt heb je mensen en middelen nodig om die plannen uit te voeren, anders kunnen die plannen beter meteen de prullenbak in. De afgelopen jaren heb ik gemerkt dat het voor een koepelorganisatie vrijwel onmogelijk is om aan financiële middelen te komen. Het idee van Jean Karel om een boeddhistische ziektekostenver-zekering op te zetten leek nog het meest haalbaar. Maar we weten inmiddels dat ook dat project maar een matig succes is vanwege ... gebrek aan participatie.
Aan mensen kom je alleen als mensen bereid zijn zich in te zetten. Omdat ik ook wel besefte dat de deelname aan het werk van de BUN - de participatiegraad - verhoogd moest worden is in het bestuur besloten om een rondgang langs alle sangha’s te maken. Dat was om een betere band tussen de BUN en haar leden te leggen, om te inventariseren waar de leden behoefte aan hadden, en tenslotte ook en eigenlijk vooral om na te gaan of de leden bereid waren zich betrokkener op te stellen en een bijdrage aan de BUN te leveren. Als we bij dat laatste gesprekspunt aankwamen (welke bijdrage kunnen jullie als sangha aan de BUN leveren?) werd het meestal stil. En dan kwamen de argumenten: ‘We zijn zelf nog in opbouw, we kunnen zelf iedere steun goed gebruiken, we zoeken zelf ook naar mensen die bereid zijn de handen uit de mouwen te steken’. En als je die mensen dan vindt, dan sta je ze natuurlijk niet af aan een verre koepelorganisatie. Het hemd is nader dan de rok. Het is volstrekt logisch en ook geheel begrijpelijk. Maar als ieder het eigen belang laat prevaleren boven het gezamenlijke belang is er geen basis voor onderlinge samenwerking (BUN-doelstelling nr. 1) of behartiging van de gezamenlijke belangen van de leden (BUN-doelstelling nr. 2). Als het eigen belang voorop staat, is er in wezen geen basis voor een vereniging als de BUN. Hoe kun je een vereniging zijn als mensen zich niet willen verenigen? Wat is dan nog het bestaansrecht van een vereniging?
Dat gebrek aan participatie was natuurlijk niet zo verrassend. Mijn voorganger, Johan Niezing, had me gewaarschuwd. Ik zag het meer als een uitdaging om te slagen waar
mijn voorgangers gefaald hadden. En natuurlijk had ik na een jaar ook wel door dat het mij evenmin zou lukken om met onwillige honden hazen te vangen. Als het daarbij was gebleven, dan zou het voorzitterschap van de BUN niet veel om het lijf hebben gehad. Dan was ik er wellicht zo’n 5 uur per week aan kwijt geweest en had ik het fluitend naast mijn dagelijkse – nogal drukke - baan kunnen doen. Maar het liep anders.
Na een jaar gebeurde er iets, waardoor de volgende drie jaren een hectisch gebeuren werden: Theo van Gogh werd vermoord. Vrijwel van de ene dag op de andere ontwaakte Nederland uit een mooie droom. Nederland werd zich bewust van de polariserende krachten die al jarenlang onder de oppervlakte aan het wroeten waren en bezig waren zich tot vrij onverzoenlijke tegen-stellingen uit te bouwen. En die bewust-wording leidde ertoe dat allerlei groeperingen iets wilden doen om te voorkomen dat ons land aan die tegenstellingen kapot zou gaan. De politiek kwam met de leus: ‘Binding in de samenleving’ en allerlei groeperingen en religies werden naar Den Haag ontboden om er samen over te praten. De religies wilden nu ook onderling met elkaar praten. De inter-religieuze dialoog werd een hot item.
Natuurlijk werden de boeddhisten bij die dialoog betrokken. Dat lag ook voor de hand. Want wie er ook tot haat aanzette, geweld en agressie preekte, en voeding gaf aan religieuze frustratie, de boeddhisten niet. Die waren van onbesproken gedrag, daar wilde iedereen wel mee praten, daar kon je je nooit een buil aan vallen. Boeddhisten zijn immers van die mensen die op hun kussentje zitten en mediteren, die naar binnen gericht zijn, die van nature tolerant zijn en open staan voor andere religieuze opvattingen, die spreken over liefde en mededogen en 100% ongevaarlijk zijn. Ideale gesprekspartners dus, als je je op het niet ongevaarlijke terrein van de interreligieuze dialoog wilt begeven. Het enige probleem is: Hoe krijg je ze van die kussens af, hoe krijg je boeddhisten maatschappelijk betrokken? Hoe zorg je dat ze participeren?
De vragen om deelname aan velerlei vormen van interreligieuze dialoog stroomden bij de BUN binnen. Ook in deze situatie werd door de BUN een beroep gedaan op de leden. Maar slechts van een enkeling kwam er respons. Het gevolg was, dat tenslotte het bestuur zelf zich met de interreligieuze contacten ging bezighouden. Aanvankelijk heb ik me in het circuit begeven, daarin later krachtig en effectief bijgestaan door Varamitra. Allengs ging ik me minder bezighouden met de vrij uitzichtloze taak om de boeddhisten tot samenwerking te bewegen. Mijn aandacht ging steeds meer uit naar de onderlinge samenwerking tussen de religies. Er ontstond al snel een nauw onderling contact tussen een aantal bevlogen mensen van uiteenlopende religieuze en levensbeschouwelijke achtergrond die zich ten doel hadden gesteld om ‘de boel bij elkaar te houden’, mensen die de eenheid in de verscheidenheid zochten. De laatste twee jaar van mijn voorzitterschap hebben met name in het teken gestaan van deze interreligieuze dialoog.
Als ik terugkijk op mijn vier jaar dan is dat met verwondering. Ik had me tot taak gesteld om de onderlinge band tussen de sangha’s en tussen BUN, BOS en Vrienden van het Boeddhisme te versterken. Mijn inspanningen op dat vlak hebben maar weinig effect gehad, zijn stukgelopen op het gebrek aan participatie dan wel op het gebrek aan bereidheid tot samenwerking. Ik had bij mijn aantreden in de verste verte niet kunnen dromen, dat mijn bijdrage niet zozeer zou liggen binnen het boeddhisme, maar daarbuiten, te weten op het interreligieuze vlak. Maar juist op dat vlak is er de laatste jaren veel tot stand gekomen.
Als ik omzie dan denk ik vooral aan die inter-religieuze dialoog. Maar ik zie ook een eindeloze rij afspraken, onrust, mailtjes, telefoontjes, etc. Eigenlijk is het een pak van
mijn hart, dat ik na mijn afscheid weer meer aan mijn eigen beoefening toekom. De afgelopen vier jaar heb ik het vaak betreurd dat ik daarvoor zo weinig tijd had. Er waren zo veel verplichtingen… Ik voelde me verantwoordelijk voor de samenwerking tussen de leden van de BUN, voor de goede band tussen boeddhisme en andere religies, en voor het welslagen van de interreligieuze dialoog.
Als ik terugkijk dan begrijp ik dat men de eigen beoefening voorop stelt. De vrede in de wereld begint bij de vrede in jezelf. Zolang er geen vrede in jezelf is zal je bijdrage aan de vrede in de wereld ook niet erg effectief zijn. Het boeddhisme is in Nederland nog zo’n nieuw fenomeen. Het heeft nog niet de tijd gehad om zich te zetten. Vrijwel iedereen is bezig de vrede in zichzelf te zoeken. De beoefening is nog geheel gericht op innerlijke rust en eigen ontwikkeling. Aan de vrede in de wereld is men nog niet toe. Van een juiste balans tussen vrede in zichzelf en vrede in de wereld is nog geen sprake. Zolang die balans er niet is zal het boeddhisme in Nederland een weinig opvallend maatschappelijk fenomeen zijn. We doen onze beoefeningen mede voor het welzijn van alle levende wezens. Maar voorlopig komen de andere wezens er maar bekaaid vanaf. Is dat erg?
Als ik terugkijk zie ik het bestuur, de gezelligheid en de goede sfeer, de vele bijzondere mensen die ik ontmoet heb tijdens de rondgang en bij mijn interreligieuze contacten. Vaak bijzondere en mooie mensen. Het is omzien in verwondering, maar ook met dankbaarheid voor alle vriendschap en warmte.
Jan Willem Houthoff "
Bron: NIEUWSBRIEF
Boeddhistische Unie Nederland
Herfst 2007
Labels:
boeddhisme in Nederland,
brieven,
BUN,
geëngageerd boeddhisme,
overheid
zondag 23 november 2014
Symposium over een retraite-centrum maar wat is een retraite? Bijdrage over de verhouding tussen functies, organisaties en verklaringen - Plus een 'Abstract'
De Stichting Vipassana Centrum Nederland (voluit: Meditatie en Studiecentrum Vipassana Nederland) organiseert een symposium dat plaats vindt op zaterdag 13 december van 10.30 tot 17 uur in Deventer.
Voor programma en wijze van opgeven: zie 'Symposium ' Ik citeer:
"Het Symposium wordt gehouden om een visie en intentie bekend te maken en nader uit te werken ten aanzien van een te realiseren Vipassana Centrum Nederland: een vaste locatie doorlopend geschikt voor de beoefening van Vipassana meditatie."
Speciale gast is de bekende Engelse lerares Christina Feldman, die een begeleide meditatie geeft en een talk over het onderwerp: "Vision of/towards a Vipassana Center based on experience with other centers."
Ik heb de secretaris laten weten, verhinderd te zijn omdat ik een paar dagen eerder geopereerd wordt en heb daarbij een paar kritische punten schriftelijk ingebracht.
Naast onduidelijkheid over het vertrek van de penningmeester (zie hieronder),
de al te sterke accentuering van het verschil tussen leraar en leerling (hier yogi genoemd),
en de al te grote stilte in de zaak SIM-Went heb ik een beleidsmatig probleem.
Namelijk dat nog steeds (hoewel ik dat verleden jaar al had geproblematiseerd) vrij achteloos en ondoordacht in de uitnodiging over het centrum voor vipassana meditatie wordt gezegd : "Sommige meditatoren zullen er [in een te bouwen/kopen centrum] wellicht willen wonen."
Waar ik de voorkeur aan geef (en wat het meest betaalbaar is):
Een 'kaal' en niet te groot retraitegebouw, zoals bv dat van Mettavihara (Triratna) ; alleen voor meditatie en dhamma-studie met inwonenden voor korte tijd (een paar dagen tot een paar weken, een enkele keer een paar maanden).
En los daarvan - zeker in economische en juridische zin - een woonvoorziening voor boeddhisten die permanent (een jaar of langer) samen met anderen in een kloosterachtige ambiance willen wonen en mediteren. En die hun 'woning' van de accommodatie zelf huren of liever kopen, tegen marktconforme prijs.
Op deze wijze hoeven degenen die graag voor het retraite-centrum willen doneren, niet tegelijk het wonen van een aantal individuen te financieren; we hebben het hier niet over bhikkhu's of nonnen/bhikkhuni's volgens de Theravada-traditie, maar over min of meer koopkrachtige leken.
Op een paar van deze punten kom ik hieronder terug, eerst een beschouwing over wat het 'naar een retraite gaan' in onze huidige Westerse samenleving is: in zekere zin een gekunstelde vorm.
========================================================================
Op 9 november stond in het dagblad Trouw een artikel geschreven door Olaf Storm, genaamd ' Stilteretraite is groot onderhoud voor de psyche '. Link: Trouw, 9 nov 2014
Ik vind het een helder verslag, met vertrouwde thema's, bekend van het lezen in bv Simsara of Bodhitv.
Olaf Stom ken ik niet, weet ook niet of hij (in een groep) mediteert de rest van het jaar. Hij spreekt over een negendaagse boeddhistische stilteretraite in Duitsland; in welke traditie is me niet duidelijk geworden: inzichtmeditatie, vipassana à la Goenka of in het Thich Nhat Hanh centrum?
Lees dit verslag, zou ik zeggen, zeker tegen degenen die er niet zo veel van weten.
En goed dat dit in Trouw is opgenomen. Het is toch nog steeds een Christelijk dagblad; en veel traditionele Christenen vinden het boeddhisme toch maar niks. Nog steeds.
Waar ik verder op in wil gaan, zijn de reacties op dit artikel (in de digitale vorm), dertig inmiddels. Natuurlijk is een deel er van beroepsschrijvers, 'reaguurders', en een deel daarvan weet niet waar ze het over hebben. Of wijzen het boeddhisme af vanuit een Christelijke opvatting. Maar zelfs die reacties vind ik interessant, want hier is er geen behoefte politiek correct te doen en respect te hebben van een andere religie, meditatie wordt kennelijk als iets seculiers gezien dat men vrijelijk mag bekritiseren. Overigens: een aantal van de reagerenden is ronduit positief over het artikel.
Een schrijver "vindt het bizar dat je 9 dagen per jaar gaat zitten stilzwijgen en dan hoopt dat het de rest van het jaar allemaal goed komt. ...". Anderen begrijpen niet waarom een wandeling in het bos ook niet kan, waarom zich isoleren ergens ver weg? Waarom los van de familie, is dat niet egocentrisch?
Die laatste opmerking is interessant gezien de reacties die dit bij mij opriep. Wat ik er van maak is: naar een retraite gaan, als westerling, is een tijdje monnik/non zijn: familieverlater en wereldverzaker. Terwijl je dat eigenlijk niet bent, je spéélt in zekere zin voor monnik/non. Het contemplatieve leven wordt in tien dagen gepropt.
Het is een bijzondere culturele uitvinding, een retraite; vergelijkbaar met grote technologische uitvindingen zoals de auto of de computer. Het is een vorm van vrijetijdsbesteding (werkenden moeten er vakantiedagen voor opnemen) èn tegelijk hard werken. Dat het 'groot onderhoud voor de psyche' zou zijn, zoals de auteur van het Trouw-artikel het formuleert, is een soort rechtvaardiging: naar zijn familie, naar zijn vrienden en naar zichzelf. Grappig omdat het boeddhisme nu juist van het begrip psyche (ziel) af wil; dat de reageerders de gebruikte term 'psyche' vervangen 'ego', vind ik in het licht daarvan begrijpelijk.
Kortom: ik vind het verschijnsel retraite heel nuttig (je komt er dieper mee dan met reeks dagelijks kort zitten); maar het is ook een gekunstelde beoefening. Dat blijkt bv uit het feit dat je het tegelijk wèl samen en nìèt samen met anderen doet. Het is tegelijk een verre reis en dichtbij blijven.
Organiseer je eigen retraite
Een van de gemaakte opmerkingen was, dat je toch niet persé naar een (tamelijk dure) retraite hoeft om intensief te mediteren. Dit sluit aan bij wat ik al een paar keer heb gedaan en nog meer wil doen: een privé-retraite organiseren; alleen een paar dagen in een huis(je); zelf - in stilte, want alleen - voor m'n eten zorgen. En een schema als disciplinerend hulpmiddel op papier zetten en me daar min of meer aan houdend. En dat een week of zo.
Het enige dat ik mis, zijn de Dhamma-talks, maar daarvoor ga ik niet mediteren, bovendien zijn er genoeg op internet te vinden. En de interviews met de leraar, maar ik heb - vind ik zelf - nu lang genoeg gemediteerd om het zonder leraar af te kunnen. Net zo als het (dagelijks als het kan maar minstens wekelijks) thuis op m'n kussentje zitten.
Wellicht kan het ook samen met anderen (being alone together) maar de verleiding om tussendoor te gaan praten is - in mijn ervaring - groot.
Update 26 november De Duitsers hebben er trouwens een (Engels) woord voor: Peer-Retreat
Misschien dat ik over een jaar of zo wel weer naar een retraite wil, maar de vanzelfsprekendheid van een jaarlijks 'groot onderhoud voor de psyche' hoef ik niet meer zo nodig.
Eerlijk gezegd vind ik dat in de vipassana (en zover ik weet ook wel andere vormen van boeddhisme beoefenen) nogal lang een spirituele onvolwassenheid wordt geaccepteerd in de leraar-leerling verhouding. Mijn opvatting is dat je na een jaar of vijf moet kunnen ophouden met het leerling zijn; en van de leraar: moet kunnen ophouden leraar te zijn van deze man of vrouw.
Wat dat betreft ben ik zeer benieuwd naar het bij Asoka uitkomen van het boek Boeddha@home, Op retraite in je eigen huis, geschreven door Renate Seifarth.
Hierin "... neemt een ervaren meditatielerares je mee op een retraite in je eigen vertrouwde omgeving; dit in combinatie met je alledaagse werkzaamheden, of in een periode die volledig gewijd kan worden aan oefening en verdieping ....". Als voorproefje de Duitse versie
Iets anders is (voor mij) het naar een retraite gaan om een nieuwe (of aanvullende) vorm van beoefening te leren, met een leraar die daarin deskundig is; bijvoorbeeld 'samatha' . Een retraite is dan in zekere zin een cursus, maatschappelijk en psychologisch een ander fenomeen.
========================================================================
Twee onverenigbare verklaringen van één penningmeester
Begin augustus dit jaar konden de in boeddhistisch nieuws geïnteresseerde lezers vernemen dat Gerben Hieminga, penningmeester van de stichting SanghaMetta alsmede penningmeester van de stichting Vipassana Nederland, met onmiddellijke ingang was opgestapt.
Dit nieuws kwam ook voor de nauw betrokkenen als een volledige verrassing. Ruim een maand voor dit vertrek had er in het blad 'Simsara' van de Stichting Inzichts Meditatie (SIM) een uitgebreid interview gestaan met Gerben en andere bestuursleden van Vipassana Nederland (Bron : SIMsara mei 2014 ) Daarin kwam geen enkel van de hieronder genoemde argumenten aan de orde.
Na de toelichting op zijn vertrek door Gerben aan de journalisten van *OpenBoeddhisme* is er nu ook een door hem aan de secretaris van de 'Stichting Meditatie en Studiecentrum Vipassana Nederland' doorgegeven verklaring. Beide staan hieronder in een Bijlage
Omdat deze twee verklaringen (naast het andere argument van tijdgebrek) onverenigbaar ver uit elkaar liggen, heb ik de redactie van *OpenBoeddhisme* gevraagd hoe die uit begin augustus tot stand is gekomen.
Zij verzekeren me dat deze laatste tekst, en zelfs het hele artikel, door Gerben Hieminga woord voor woord is geaccordeerd.
Ik weet echt niet wat ik hiervan moet vinden. Een theoretische verklaring waarmee de tegenstrijdigheid kan worden opgeheven, is dat zijn opmerkingen in *OpenBoeddhisme* (vooral) op het financiële beleid van SanghaMetta betrekking hebben, daar gaat het ook om veel meer geld dan bij Vipassana Centrum Nederland. Maar weten doen we het niet echt. Dat blijft wringen.
========================================================================
De andere stichting voor vipassana in retraite-vorm - SanghaMetta
Gerben Hieminga was tot juli 2014 ook penningmeester van de stichting SanghaMetta. Deze functie heeft hij tegelijk met die van de stichting Vipassana Centrum Nederland beëindigd, met dezelfde argumenten in *OpenBoeddhisme* geuit. De stichting zelf heeft het vertrek niet toegelicht.
Hoewel het formeel geen samenwerkingsverband is, kan in zekere zin gezegd worden dat de Stichting Inzichts Meditatie (SIM) en de stichting SanghaMetta samen de dragende partijen zijn van de nieuwe stichting Vipassana Centrum Nederland; beide organiseren retraites, naast elkaar en soms enigszins in concurrentie met elkaar (wat uiteraard - typisch boeddhistisch - wordt ontkend). De derde 'partij' (of non-partij, want het is een los verband) die een rol speelt bij het Vipassana Centrum Nederland is de groep vipassanaleraren.
SanghaMetta en een eigen permanent woon en/of meditatiecentrum & Een OPROEP
Op de website van SanghaMetta is de volgende doelstelling te vinden:
"Daarnaast richt Sangha Metta zich op het vinden van een goede plek voor langdurige beoefening, in het bijzonder voor vrouwen. Dat betekent niet dat mannen worden uitgesloten, maar er is speciale aandacht voor het creëren van een omgeving die ondersteunend en veilig is voor de beoefening door vrouwen.
Sangha Metta heeft sinds haar oprichting de wens om een permanent meditatiecentrum op te richten. In 2000 is Sangha Metta haar retraites op de locatie van het Internationaal Theosofisch Centrum in Naarden gaan geven. Deze locatie voldoet zo goed dat sinds 2000 minder intensief gezocht is naar een eigen locatie. Desalniettemin zijn de voordelen van een permanent centrum groot waardoor de wens actueel blijft. "
Bron: 'Beleidsplan 2014-2019 '
Op de website van SanghaMetta is ook de Jaarrekening over 2013 te vinden. Uit deze 'Jaarrekening ' blijkt dat de stichting per 31 december 2013 een vermogen had van ruim € 395.000, (eind 2012 was het ruim € 374.000) Dat is me nog al een bedrag!
In het 'Beleidsplan' staat hierover: "Het vermogen wordt ingezet om de doelstellingen van de stichting uit te kunnen voeren. En wordt specifiek ook achter de hand gehouden om een permanent meditatiecentrum te kunnen financieren als die gelegenheid zich voordoet."
Ik begrijp wel de voorzichtigheid van Sanghametta maar begrijp niet hun redenering dat het realiseren van hun doel niet zo'n haast heeft omdat het Theosofisch Centrum in Naarden prima voldoet.
Het voldoet prima, en die opinie deel ik, als retraitecentrum. Maar niet als 'plek voor langdurige beoefening' (ik citeer hun 'Beleidsplan'), ook wel genoemd een (semi-)monastieke voorziening, een klooster in iets gewonere woorden. Een woonfunctie in nog gewonere woorden die ik hierboven hanteerde.
Oproep tot samenwerking
Gezien m'n hier beschreven opvatting over de verhouding wonen en tijdelijk-mediteren zou ik zeggen:
(Besturen van) SanghaMetta en Vipassana-Centrum:
sla de handen ineen en zorg voor een retraitecentrum en een
wooncentrum, juridisch los van elkaar maar wel in elkaars nabijheid.
En heb het dan ook openlijk over geld(beleids)zaken.
Overigens hoop ik dat veel mensen 13 december naar het symposium gaan. En daar een levendige discussie voeren. Wellicht is deze tekst ook een bijdrage daaraan.
========================================================================
Omdat een deel van die discussie in het Engels gevoerd zal worden, een samenvatting ('abstract') van het bovenstaande.
Abstract
In a symposium about the realisation of a retreat centre for insight meditation (=vipassana) in the nearby future five topics deserve special attention:
* It had to be clear what kind of meditation and Dhamma/Dharma-study are belonging to the nucleus of the activities: only insight meditation (vipassana) plus the practice of the Brahmaviharas or also samatha-meditation; Dhamma-study or also Dharma based on other Buddhist traditions, including 'secular Buddhism' etc? I prefer the latter;
* Detachment can also be applied on being dependent on a meditation-teacher too long; there should be a policy about doing meditation (retreats) without a teacher, for experienced yogi's;
* The financial responsibilities had to be transparent; now there are still some questions about the leaving of the treasurer of Vipassana Nederland who also was the treasurer of SanghaMetta;
* It had to be clear what are the functions of the centre (the builings): just facilitating retreats for some weeks òr also a semi-monastic (permanent) living situation for laypeople; these two functions should not been mixed, spatial and financial, especially for fundraising reasons. In in my opinion they are mixed now;
* It had to be clear that the organization who prepares the realisation of the centre is either an independent group or a coalition of existing organisations; also the relations between the existing groups had to be clear; in the Dutch situation that's not the case with 'SanghaMetta'. I call 'Sangha Metta' and 'Vipassana Centrum Nedferland' to do a coordinated effort for realising both centres, for both functions.
========================================================================
Bijlage
Twee verklaringen van Gerben Hieminga, zoek de verschillen
Ten aanzien van zijn vertrek bij het Vipassana Centrum, gepubliceerd begin november:
Uit Vipassana Centrum, Nieuwsbrief 4 :
"... Ik ben nu anderhalf jaar vader en in die tijd heb ik gemerkt dat de combinatie van het vaderschap en een drukke baan steeds moeilijker te combineren zijn met het intensieve vrijwilligerswerk. Ik heb daarom besloten meer tijd voor mijn gezin vrij te maken in deze drukke jaren van het vaderschap. Ook ben ik in deze fase van het ontwikkelproces niet de juiste persoon op de juiste plaats. Mijn kwaliteiten liggen vooral in het praktisch realiseren van een meditatiecentrum. Het initiatief is echter nog niet in deze fase en er moet nog veel werk verricht worden om draagvlak te creëren en partijen inhoudelijk en financieel aan elkaar te binden. ...”
Ten aanzien van zijn vertrek bij het Vipassana Centrum èn SanghaMetta :
Uit *OpenBoeddhisme* 2 aug 2014 :
" De andere reden is een verschil van inzicht over het resultaat dat van boeddhistische beoefening verwacht mag worden: ‘Het boeddhistische pad kan volledig begrip bieden van veranderlijkheid, de illusie van ego en het onbevredigende karakter van alles wat geconditioneerd is. Dat wil echter niet zeggen dat gedrag dat maatschappelijk als onjuist beoordeeld kan worden niet of zelfs nooit meer optreedt. (…) Hieminga maakt daarbij echter een kanttekening: ‘Ook mensen die de dhamma voor een groot deel of zelfs geheel gezien hebben, zijn naast goede ook nog steeds tot domme dingen in staat.’ Hij stelt vast dat veel mediterenden tegelijk verlangen ‘naar een einddoel van perfect menselijk gedrag, altijd en overal.’ Zo worden zij van twee kanten uiteen getrokken. Volgens Hieminga besteden boeddhistische leraren en bestuurders aan deze twee aspecten te weinig, of te eenzijdig aandacht. Hieminga legt uit dat hij ‘transparantie en congruentie’ belangrijk vindt. Dit betekent: iemands overtuiging, houding en gedrag moeten met elkaar in overeenstemming zijn, inzichtelijk en passend bij het nagestreefde doel. Het afgelopen half jaar kwam Hieminga geleidelijk tot het inzicht dat het hieraan binnen beide stichtingen op belangrijke onderdelen schort.
‘Ik ben als bestuurder te vaak geconfronteerd met in mijn ogen onjuist gedrag, waarbij ik niet inhoudelijk reageer op specifieke kwesties.’ Omdat de overschreden grenzen in zijn ogen wezenlijk zijn, wilde Hieminga over deze observaties niet ‘onderhandelen’. Wie denkt voor verandering te kunnen zorgen moet op zijn post blijven, vindt hij. Maar binnen de ‘gegeven structuren en bestuurlijke context’ ziet Hieminga daartoe geen mogelijkheid. ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik hiervoor als bestuurder niet langer verantwoordelijkheid kan en wil nemen.’ "
Voor programma en wijze van opgeven: zie 'Symposium ' Ik citeer:
"Het Symposium wordt gehouden om een visie en intentie bekend te maken en nader uit te werken ten aanzien van een te realiseren Vipassana Centrum Nederland: een vaste locatie doorlopend geschikt voor de beoefening van Vipassana meditatie."
Speciale gast is de bekende Engelse lerares Christina Feldman, die een begeleide meditatie geeft en een talk over het onderwerp: "Vision of/towards a Vipassana Center based on experience with other centers."
Ik heb de secretaris laten weten, verhinderd te zijn omdat ik een paar dagen eerder geopereerd wordt en heb daarbij een paar kritische punten schriftelijk ingebracht.
Naast onduidelijkheid over het vertrek van de penningmeester (zie hieronder),
de al te sterke accentuering van het verschil tussen leraar en leerling (hier yogi genoemd),
en de al te grote stilte in de zaak SIM-Went heb ik een beleidsmatig probleem.
Namelijk dat nog steeds (hoewel ik dat verleden jaar al had geproblematiseerd) vrij achteloos en ondoordacht in de uitnodiging over het centrum voor vipassana meditatie wordt gezegd : "Sommige meditatoren zullen er [in een te bouwen/kopen centrum] wellicht willen wonen."
Waar ik de voorkeur aan geef (en wat het meest betaalbaar is):
Een 'kaal' en niet te groot retraitegebouw, zoals bv dat van Mettavihara (Triratna) ; alleen voor meditatie en dhamma-studie met inwonenden voor korte tijd (een paar dagen tot een paar weken, een enkele keer een paar maanden).
En los daarvan - zeker in economische en juridische zin - een woonvoorziening voor boeddhisten die permanent (een jaar of langer) samen met anderen in een kloosterachtige ambiance willen wonen en mediteren. En die hun 'woning' van de accommodatie zelf huren of liever kopen, tegen marktconforme prijs.
Op deze wijze hoeven degenen die graag voor het retraite-centrum willen doneren, niet tegelijk het wonen van een aantal individuen te financieren; we hebben het hier niet over bhikkhu's of nonnen/bhikkhuni's volgens de Theravada-traditie, maar over min of meer koopkrachtige leken.
Op een paar van deze punten kom ik hieronder terug, eerst een beschouwing over wat het 'naar een retraite gaan' in onze huidige Westerse samenleving is: in zekere zin een gekunstelde vorm.
========================================================================
Op 9 november stond in het dagblad Trouw een artikel geschreven door Olaf Storm, genaamd ' Stilteretraite is groot onderhoud voor de psyche '. Link: Trouw, 9 nov 2014
Ik vind het een helder verslag, met vertrouwde thema's, bekend van het lezen in bv Simsara of Bodhitv.
Olaf Stom ken ik niet, weet ook niet of hij (in een groep) mediteert de rest van het jaar. Hij spreekt over een negendaagse boeddhistische stilteretraite in Duitsland; in welke traditie is me niet duidelijk geworden: inzichtmeditatie, vipassana à la Goenka of in het Thich Nhat Hanh centrum?
Lees dit verslag, zou ik zeggen, zeker tegen degenen die er niet zo veel van weten.
En goed dat dit in Trouw is opgenomen. Het is toch nog steeds een Christelijk dagblad; en veel traditionele Christenen vinden het boeddhisme toch maar niks. Nog steeds.
Waar ik verder op in wil gaan, zijn de reacties op dit artikel (in de digitale vorm), dertig inmiddels. Natuurlijk is een deel er van beroepsschrijvers, 'reaguurders', en een deel daarvan weet niet waar ze het over hebben. Of wijzen het boeddhisme af vanuit een Christelijke opvatting. Maar zelfs die reacties vind ik interessant, want hier is er geen behoefte politiek correct te doen en respect te hebben van een andere religie, meditatie wordt kennelijk als iets seculiers gezien dat men vrijelijk mag bekritiseren. Overigens: een aantal van de reagerenden is ronduit positief over het artikel.
Een schrijver "vindt het bizar dat je 9 dagen per jaar gaat zitten stilzwijgen en dan hoopt dat het de rest van het jaar allemaal goed komt. ...". Anderen begrijpen niet waarom een wandeling in het bos ook niet kan, waarom zich isoleren ergens ver weg? Waarom los van de familie, is dat niet egocentrisch?
Die laatste opmerking is interessant gezien de reacties die dit bij mij opriep. Wat ik er van maak is: naar een retraite gaan, als westerling, is een tijdje monnik/non zijn: familieverlater en wereldverzaker. Terwijl je dat eigenlijk niet bent, je spéélt in zekere zin voor monnik/non. Het contemplatieve leven wordt in tien dagen gepropt.
Het is een bijzondere culturele uitvinding, een retraite; vergelijkbaar met grote technologische uitvindingen zoals de auto of de computer. Het is een vorm van vrijetijdsbesteding (werkenden moeten er vakantiedagen voor opnemen) èn tegelijk hard werken. Dat het 'groot onderhoud voor de psyche' zou zijn, zoals de auteur van het Trouw-artikel het formuleert, is een soort rechtvaardiging: naar zijn familie, naar zijn vrienden en naar zichzelf. Grappig omdat het boeddhisme nu juist van het begrip psyche (ziel) af wil; dat de reageerders de gebruikte term 'psyche' vervangen 'ego', vind ik in het licht daarvan begrijpelijk.
Kortom: ik vind het verschijnsel retraite heel nuttig (je komt er dieper mee dan met reeks dagelijks kort zitten); maar het is ook een gekunstelde beoefening. Dat blijkt bv uit het feit dat je het tegelijk wèl samen en nìèt samen met anderen doet. Het is tegelijk een verre reis en dichtbij blijven.
Organiseer je eigen retraite
Een van de gemaakte opmerkingen was, dat je toch niet persé naar een (tamelijk dure) retraite hoeft om intensief te mediteren. Dit sluit aan bij wat ik al een paar keer heb gedaan en nog meer wil doen: een privé-retraite organiseren; alleen een paar dagen in een huis(je); zelf - in stilte, want alleen - voor m'n eten zorgen. En een schema als disciplinerend hulpmiddel op papier zetten en me daar min of meer aan houdend. En dat een week of zo.
Het enige dat ik mis, zijn de Dhamma-talks, maar daarvoor ga ik niet mediteren, bovendien zijn er genoeg op internet te vinden. En de interviews met de leraar, maar ik heb - vind ik zelf - nu lang genoeg gemediteerd om het zonder leraar af te kunnen. Net zo als het (dagelijks als het kan maar minstens wekelijks) thuis op m'n kussentje zitten.
Wellicht kan het ook samen met anderen (being alone together) maar de verleiding om tussendoor te gaan praten is - in mijn ervaring - groot.
Update 26 november De Duitsers hebben er trouwens een (Engels) woord voor: Peer-Retreat
Misschien dat ik over een jaar of zo wel weer naar een retraite wil, maar de vanzelfsprekendheid van een jaarlijks 'groot onderhoud voor de psyche' hoef ik niet meer zo nodig.
Eerlijk gezegd vind ik dat in de vipassana (en zover ik weet ook wel andere vormen van boeddhisme beoefenen) nogal lang een spirituele onvolwassenheid wordt geaccepteerd in de leraar-leerling verhouding. Mijn opvatting is dat je na een jaar of vijf moet kunnen ophouden met het leerling zijn; en van de leraar: moet kunnen ophouden leraar te zijn van deze man of vrouw.
Wat dat betreft ben ik zeer benieuwd naar het bij Asoka uitkomen van het boek Boeddha@home, Op retraite in je eigen huis, geschreven door Renate Seifarth.
Hierin "... neemt een ervaren meditatielerares je mee op een retraite in je eigen vertrouwde omgeving; dit in combinatie met je alledaagse werkzaamheden, of in een periode die volledig gewijd kan worden aan oefening en verdieping ....". Als voorproefje de Duitse versie
Iets anders is (voor mij) het naar een retraite gaan om een nieuwe (of aanvullende) vorm van beoefening te leren, met een leraar die daarin deskundig is; bijvoorbeeld 'samatha' . Een retraite is dan in zekere zin een cursus, maatschappelijk en psychologisch een ander fenomeen.
========================================================================
Twee onverenigbare verklaringen van één penningmeester
Begin augustus dit jaar konden de in boeddhistisch nieuws geïnteresseerde lezers vernemen dat Gerben Hieminga, penningmeester van de stichting SanghaMetta alsmede penningmeester van de stichting Vipassana Nederland, met onmiddellijke ingang was opgestapt.
Dit nieuws kwam ook voor de nauw betrokkenen als een volledige verrassing. Ruim een maand voor dit vertrek had er in het blad 'Simsara' van de Stichting Inzichts Meditatie (SIM) een uitgebreid interview gestaan met Gerben en andere bestuursleden van Vipassana Nederland (Bron : SIMsara mei 2014 ) Daarin kwam geen enkel van de hieronder genoemde argumenten aan de orde.
Na de toelichting op zijn vertrek door Gerben aan de journalisten van *OpenBoeddhisme* is er nu ook een door hem aan de secretaris van de 'Stichting Meditatie en Studiecentrum Vipassana Nederland' doorgegeven verklaring. Beide staan hieronder in een Bijlage
Omdat deze twee verklaringen (naast het andere argument van tijdgebrek) onverenigbaar ver uit elkaar liggen, heb ik de redactie van *OpenBoeddhisme* gevraagd hoe die uit begin augustus tot stand is gekomen.
Zij verzekeren me dat deze laatste tekst, en zelfs het hele artikel, door Gerben Hieminga woord voor woord is geaccordeerd.
Ik weet echt niet wat ik hiervan moet vinden. Een theoretische verklaring waarmee de tegenstrijdigheid kan worden opgeheven, is dat zijn opmerkingen in *OpenBoeddhisme* (vooral) op het financiële beleid van SanghaMetta betrekking hebben, daar gaat het ook om veel meer geld dan bij Vipassana Centrum Nederland. Maar weten doen we het niet echt. Dat blijft wringen.
========================================================================
De andere stichting voor vipassana in retraite-vorm - SanghaMetta
Gerben Hieminga was tot juli 2014 ook penningmeester van de stichting SanghaMetta. Deze functie heeft hij tegelijk met die van de stichting Vipassana Centrum Nederland beëindigd, met dezelfde argumenten in *OpenBoeddhisme* geuit. De stichting zelf heeft het vertrek niet toegelicht.
Hoewel het formeel geen samenwerkingsverband is, kan in zekere zin gezegd worden dat de Stichting Inzichts Meditatie (SIM) en de stichting SanghaMetta samen de dragende partijen zijn van de nieuwe stichting Vipassana Centrum Nederland; beide organiseren retraites, naast elkaar en soms enigszins in concurrentie met elkaar (wat uiteraard - typisch boeddhistisch - wordt ontkend). De derde 'partij' (of non-partij, want het is een los verband) die een rol speelt bij het Vipassana Centrum Nederland is de groep vipassanaleraren.
SanghaMetta en een eigen permanent woon en/of meditatiecentrum & Een OPROEP
Op de website van SanghaMetta is de volgende doelstelling te vinden:
"Daarnaast richt Sangha Metta zich op het vinden van een goede plek voor langdurige beoefening, in het bijzonder voor vrouwen. Dat betekent niet dat mannen worden uitgesloten, maar er is speciale aandacht voor het creëren van een omgeving die ondersteunend en veilig is voor de beoefening door vrouwen.
Sangha Metta heeft sinds haar oprichting de wens om een permanent meditatiecentrum op te richten. In 2000 is Sangha Metta haar retraites op de locatie van het Internationaal Theosofisch Centrum in Naarden gaan geven. Deze locatie voldoet zo goed dat sinds 2000 minder intensief gezocht is naar een eigen locatie. Desalniettemin zijn de voordelen van een permanent centrum groot waardoor de wens actueel blijft. "
Bron: 'Beleidsplan 2014-2019 '
Op de website van SanghaMetta is ook de Jaarrekening over 2013 te vinden. Uit deze 'Jaarrekening ' blijkt dat de stichting per 31 december 2013 een vermogen had van ruim € 395.000, (eind 2012 was het ruim € 374.000) Dat is me nog al een bedrag!
In het 'Beleidsplan' staat hierover: "Het vermogen wordt ingezet om de doelstellingen van de stichting uit te kunnen voeren. En wordt specifiek ook achter de hand gehouden om een permanent meditatiecentrum te kunnen financieren als die gelegenheid zich voordoet."
Ik begrijp wel de voorzichtigheid van Sanghametta maar begrijp niet hun redenering dat het realiseren van hun doel niet zo'n haast heeft omdat het Theosofisch Centrum in Naarden prima voldoet.
Het voldoet prima, en die opinie deel ik, als retraitecentrum. Maar niet als 'plek voor langdurige beoefening' (ik citeer hun 'Beleidsplan'), ook wel genoemd een (semi-)monastieke voorziening, een klooster in iets gewonere woorden. Een woonfunctie in nog gewonere woorden die ik hierboven hanteerde.
Oproep tot samenwerking
Gezien m'n hier beschreven opvatting over de verhouding wonen en tijdelijk-mediteren zou ik zeggen:
(Besturen van) SanghaMetta en Vipassana-Centrum:
sla de handen ineen en zorg voor een retraitecentrum en een
wooncentrum, juridisch los van elkaar maar wel in elkaars nabijheid.
En heb het dan ook openlijk over geld(beleids)zaken.
Overigens hoop ik dat veel mensen 13 december naar het symposium gaan. En daar een levendige discussie voeren. Wellicht is deze tekst ook een bijdrage daaraan.
========================================================================
Omdat een deel van die discussie in het Engels gevoerd zal worden, een samenvatting ('abstract') van het bovenstaande.
Abstract
In a symposium about the realisation of a retreat centre for insight meditation (=vipassana) in the nearby future five topics deserve special attention:
* It had to be clear what kind of meditation and Dhamma/Dharma-study are belonging to the nucleus of the activities: only insight meditation (vipassana) plus the practice of the Brahmaviharas or also samatha-meditation; Dhamma-study or also Dharma based on other Buddhist traditions, including 'secular Buddhism' etc? I prefer the latter;
* Detachment can also be applied on being dependent on a meditation-teacher too long; there should be a policy about doing meditation (retreats) without a teacher, for experienced yogi's;
* The financial responsibilities had to be transparent; now there are still some questions about the leaving of the treasurer of Vipassana Nederland who also was the treasurer of SanghaMetta;
* It had to be clear what are the functions of the centre (the builings): just facilitating retreats for some weeks òr also a semi-monastic (permanent) living situation for laypeople; these two functions should not been mixed, spatial and financial, especially for fundraising reasons. In in my opinion they are mixed now;
* It had to be clear that the organization who prepares the realisation of the centre is either an independent group or a coalition of existing organisations; also the relations between the existing groups had to be clear; in the Dutch situation that's not the case with 'SanghaMetta'. I call 'Sangha Metta' and 'Vipassana Centrum Nedferland' to do a coordinated effort for realising both centres, for both functions.
========================================================================
Bijlage
Twee verklaringen van Gerben Hieminga, zoek de verschillen
Ten aanzien van zijn vertrek bij het Vipassana Centrum, gepubliceerd begin november:
Uit Vipassana Centrum, Nieuwsbrief 4 :
"... Ik ben nu anderhalf jaar vader en in die tijd heb ik gemerkt dat de combinatie van het vaderschap en een drukke baan steeds moeilijker te combineren zijn met het intensieve vrijwilligerswerk. Ik heb daarom besloten meer tijd voor mijn gezin vrij te maken in deze drukke jaren van het vaderschap. Ook ben ik in deze fase van het ontwikkelproces niet de juiste persoon op de juiste plaats. Mijn kwaliteiten liggen vooral in het praktisch realiseren van een meditatiecentrum. Het initiatief is echter nog niet in deze fase en er moet nog veel werk verricht worden om draagvlak te creëren en partijen inhoudelijk en financieel aan elkaar te binden. ...”
Ten aanzien van zijn vertrek bij het Vipassana Centrum èn SanghaMetta :
Uit *OpenBoeddhisme* 2 aug 2014 :
" De andere reden is een verschil van inzicht over het resultaat dat van boeddhistische beoefening verwacht mag worden: ‘Het boeddhistische pad kan volledig begrip bieden van veranderlijkheid, de illusie van ego en het onbevredigende karakter van alles wat geconditioneerd is. Dat wil echter niet zeggen dat gedrag dat maatschappelijk als onjuist beoordeeld kan worden niet of zelfs nooit meer optreedt. (…) Hieminga maakt daarbij echter een kanttekening: ‘Ook mensen die de dhamma voor een groot deel of zelfs geheel gezien hebben, zijn naast goede ook nog steeds tot domme dingen in staat.’ Hij stelt vast dat veel mediterenden tegelijk verlangen ‘naar een einddoel van perfect menselijk gedrag, altijd en overal.’ Zo worden zij van twee kanten uiteen getrokken. Volgens Hieminga besteden boeddhistische leraren en bestuurders aan deze twee aspecten te weinig, of te eenzijdig aandacht. Hieminga legt uit dat hij ‘transparantie en congruentie’ belangrijk vindt. Dit betekent: iemands overtuiging, houding en gedrag moeten met elkaar in overeenstemming zijn, inzichtelijk en passend bij het nagestreefde doel. Het afgelopen half jaar kwam Hieminga geleidelijk tot het inzicht dat het hieraan binnen beide stichtingen op belangrijke onderdelen schort.
‘Ik ben als bestuurder te vaak geconfronteerd met in mijn ogen onjuist gedrag, waarbij ik niet inhoudelijk reageer op specifieke kwesties.’ Omdat de overschreden grenzen in zijn ogen wezenlijk zijn, wilde Hieminga over deze observaties niet ‘onderhandelen’. Wie denkt voor verandering te kunnen zorgen moet op zijn post blijven, vindt hij. Maar binnen de ‘gegeven structuren en bestuurlijke context’ ziet Hieminga daartoe geen mogelijkheid. ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik hiervoor als bestuurder niet langer verantwoordelijkheid kan en wil nemen.’ "
Labels:
boeddhisme in Nederland,
brieven,
ethiek,
leraar,
meditatie,
Pali-Canon
Abonneren op:
Posts (Atom)